Standpunten
Furia

Furia

Een onderschat probleem

Online gendergerelateerd geweld is een ernstig groeiend probleem in onze samenleving. Zo had één op honderd Belgen al af te rekenen met wraakporno of het zonder toestemming verspreiden van seksueel getinte beelden[1]. Dat zijn 70.000 gevallen. Vrouwen worden vijf keer zo vaak onder druk gezet om een naaktfoto te maken of laten maken. Ze krijgen ook twee keer zo vaak ongewenste naaktbeelden toegestuurd. Bij de helft is de ex-partner de dader. Maar één op zes doet aangifte bij de politie en één op drie zoekt bij niemand hulp. Hoewel uit ervaringen blijkt dat online seksueel geweld vaak even schadelijk en impactvol is als klassiek seksueel geweld, wordt dit type geweld systematisch onderschat en onderbelicht.

Het is belangrijk om de gender- én intersectionele dimensie van online geweld te erkennen. Onderzoek toont aan dat vooral vrouwen met een migratieachtergrond, jongeren, vrouwen die zich mengen in het publieke debat en LGBTQIA+-personen extra kwetsbaar zijn voor deze vormen van geweld. Zo meldt 3 op de 4 transgender of non-binaire personen slachtoffer te zijn geweest van online intimidatie[2]. Cyberpesten, online seksuele intimidatie en wraakporno zijn uitingen van zowel seksisme als gendergerelateerd geweld en moeten als dusdanig erkend en bestreden worden.

Aanbevelingen

  1. Hoog inzetten op informeren en sensibiliseren
  2. Afzonderlijke registratie
  3. Versterken van wetgeving
  4. Aanpakken van daders
  5. Multidisciplinaire ondersteuning van slachtoffers

 

1. Hoog inzetten op informeren en sensibiliseren

Onze samenleving kampt met een sterke miskenning van de ernst en de omvang van online gendergerelateerd geweld. Er is nood aan een effectieve algehele sensibilisering over deze problematiek. Furia vraagt dan ook om een grootschalige informatiecampagne voor het brede publiek.

Een groot probleem is de stigmatisering van slachtoffers van online seksueel geweld. Slachtoffers worden niet serieus genomen en krijgen vaak zelf de schuld voor wat hen is overkomen. Internalisering van deze zogeheten ‘victimblaming’[3] belemmert slachtoffers om zich uit te spreken, aangifte te doen of hulp te zoeken. Het is belangrijk dat mensen zich meer bewust worden van deze processen van stigmatisering en leren beseffen dat de schuld niet bij hen zelf ligt maar bij de geweldpleger. Concreet zou het van jongs af aan aanbieden van weerbaarheidstrainingen voor sociale media, waarbij mensen geweld leren herkennen en benoemen, een oplossing kunnen zijn.

Als slachtoffers wel aangifte doen, wordt hun ervaring vaak gebagatelliseerd door politie en justitie. En ook hier zien we dat praktijken van ‘victimblaming’ de effectieve bestrijding van online gendergerelateerd geweld saboteren. Een grote factor in ‘victimblaming’ is een gebrek aan kennis en onwetendheid. Het is daarom van belang om standaard een gespecialiseerde zedeninspecteur bij het verhoor van aangiftes van online gendergerelateerd geweld aanwezig te laten zijn. Naast deze gestandaardiseerde procedure is er nood aan een specifieke sensibilisering en bewustwording bij politie en justitie over deze problematiek.

Hoog inzetten op informeren en sensibiliseren

  • Bewustwording van de ernst en de omvang van online gendergerelateerd geweld.
    • Eis: Grootschalige informatiecampagne voor het brede publiek
  • Victimblaming aanpakken
    • Eis: Aanbieden van weerbaarheidstrainingen van jongs af aan voor sociale media
    • Eis: Meer sensibilisering over online gendergerelateerd geweld bij politie en justitie
    • Eis: Altijd een gespecialiseerde zedeninspecteur aanwezig bij aangifte van online gendergerelateerd/seksueel geweld

 

2. Afzonderlijke registratie

De afgelopen jaren zijn er belangrijke veranderingen doorgevoerd in de wetgeving zoals de zogeheten ‘wraakporno’-wet in 2020, de verruiming van de strafbare categorieën voor online seksueel geweld in het nieuwe Strafwetboek en meer handvatten voor politie en justitie voor de opsporing. Er ontbreekt evenwel een helder beeld over de doeltreffendheid van deze wetten. Momenteel zijn er immers geen duidelijke statistieken beschikbaar over het aantal klachten en de effectieve vervolging van de diverse vormen van online gendergerelateerd geweld.

Binnen het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (IGVM) worden enkel klachten van slachtoffers van het niet-consensueel versturen van intieme beelden (wraakporno) verzameld. Politiecijfers registreren weliswaar digitaal geweld en online zedenmisdrijven, maar er bestaat geen specifieke categorie voor online gendergerelateerd geweld. Dat zorgt voor een beperkt beeld over de omvang en de verschillende vormen van online gendergerelateerd geweld. Bovendien blijft op die manier de sterke genderdimensie van online (seksueel) geweld onzichtbaar wat de effectieve bestrijding van dit fenomeen belemmert. Daarom moet er een specifieke registratie komen voor de verschillende vormen van online gendergerelateerd, zowel op politioneel als justitieel niveau.

Afzonderlijke registratie

  • Registratie
    • Eis: Specifieke registratie online gendergerelateerd geweld, zowel op politioneel als justitieel niveau

 

3. Versterken van wetgeving

Afzonderlijke registratie is ook noodzakelijk om de effectiviteit van de huidige wetten te kunnen evalueren. Technologie evolueert razendsnel zoals bijvoorbeeld de opkomst van deepfake. Dat impliceert permanente waakzaamheid om de strafwetgeving up to date te houden om zo nieuwe vormen van online gendergerelateerd geweld effectief te bestrijden.

Versterken van wetgeving

  • Evalueren en versterken van wetgeving
    • Eis: Evaluatie bestaande wetten
    • Eis: Blijvend monitoren van technologische evoluties en wetgeving daaraan aanpassen

 

4. Daders aanpakken

Daders zijn zich er vaak niet of onvoldoende van bewust dat het verspreiden van seksueel getinte beelden zonder toestemming strafbaar is. Net zoals bijvoorbeeld online seksuele chantage, oproepen tot geweld, haatspraak… In de virtuele ruimte geldt naast de specifieke wetgeving over online geweld immers ook de bestaande wetgeving over gendergerelateerd geweld. Sensibilisering van daders hierover is broodnodig.

Bovendien is net zoals in de publieke ruimte online gendergerelateerd geweld nauw verbonden met seksisme, racisme, homo- en transfobie… Online gendergerelateerd geweld adequaat aanpakken, staat dan ook niet los van de bredere strijd tegen discriminatie en machtsongelijkheden op basis van sekse, etniciteit, validiteit, seksuele voorkeur, genderidentiteit…

Ook secundaire daders zijn strafbaar als ze beelden zonder toestemming bekijken en verder delen, op de kar springen bij haatcampagnes… Hier geldt evenwel quasi straffeloosheid terwijl juist deze groep, door het keer op keer delen van de ongewenste beelden en berichten het slachtofferschap in stand houdt. Om deze problematiek te bestrijden, moet de mogelijkheid onderzocht worden van strafbaarstelling van non-consensueel bezit van intieme beelden.

Ook online platforms kunnen een rol spelen bij het aanpakken van deze straffeloosheid. Momenteel verplicht Europese wetgeving providers om verantwoording af te leggen voor illegale inhoud die wordt aangeboden op hun platforms. Maar veel social media bedrijven zijn zich nog niet genoeg bewust van de problematiek van online gendergerelateerd geweld. Het is belangrijk dat er meer druk wordt gezet op online platforms om pro-actief op te treden wanneer het gaat over online gendergerelateerd en seksueel geweld. Ook moet er gekeken worden naar effectieve manieren om verspreiding van non-consensuele beelden binnen privé-groepen en geëncrypteerde diensten, zoals Whatsapp, tegen te gaan.

Daders aanpakken

  • Sensibilisering daders
    • Eis: Bewustzijn over de strafbaarheid van online gendergerelateerd geweld vergroten
    • Eis: De strijd tegen discriminatie en machtsongelijkheid op basis van sekse, etniciteit, seksuele voorkeur, genderidentiteit, validiteit… opvoeren
  • Verruiming wetgeving
    • Eis: Onderzoek doen naar het strafbaar stellen van non-consensueel bezit van intieme beelden
  • Verantwoordelijkheid online platforms
    • Eis: Druk zetten op online platforms om meer proactief op te treden
    • Eis: Onderzoek naar de bestrijding van het delen van illegale beelden binnen privé-groepen en geëncrypteerde diensten

 

5. Multidisciplinaire ondersteuning van slachtoffers

Online geweld heeft ernstige gevolgen. Slachtoffers kampen met schadelijke psychologische gevolgen zoals gevoelens van angst, onzekerheid en schaamte. Ook ondervinden de slachtoffers vaak sociale problemen. Zo kampen zij met sociale uitsluiting, langdurige reputatieschade en (onherstelbaar) beschadigde interpersoonlijke relaties. Het kan ook leiden tot job verlies met alle financiële gevolgen van dien. De grote impact van gendergerelateerd geweld wordt systematisch onderschat. Sensibilisering hierover van alle betrokken actoren is nodig.

Sinds 2020 kunnen slachtoffers van online seksueel geweld terecht bij het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) voor juridische bijstand. Echter, deze slachtoffers kunnen nergens terecht voor psychologische ondersteuning. Het psychologisch en sociaal trauma van slachtoffers van wraakporno en andere vormen van online gendergerelateerd geweld moet worden erkend. Er moet onderzocht worden of bestaande structuren voor opvang en begeleiding van slachtoffers van gendergerelateerd geweld zoals de Family Justice Centers en de Zorgcentra na Seksueel Geweld een rol kunnen spelen in het bijstaan van slachtoffers van gendergerelateerd online geweld.

Multidisciplinaire ondersteuning slachtoffers

  • Sensibiliseren over de impact
    • Eis: Sensibilisering van alle actoren over de grote impact van gendergerelateerd online geweld
  • Multidisciplinaire ondersteuning van slachtoffers
    • Eis: Onderzoeken of bestaande structuren voor opvang en begeleiding van slachtoffers van gendergerelateerd geweld zoals de Family Justice Centers en de Zorgcentra na Seksueel Geweld ook slachtoffers van online gendergerelateerd geweld kunnen bijstaan

 

Wat te doen als slachtoffer?

  1. Het is niet jouw schuld. Jij hebt niks verkeerds gedaan.
  2. Zoek steun bij familie, vrienden of een vertrouwenspersoon. Je kan ook contact opnemen met de gratis hulplijn 1712 voor alle vormen van geweld, ook online geweld. Je kan anoniem bellen, mailen of chatten met een professionele hulpverlener.
  3. Doe aangifte bij de politie. Verzamel vooraf bewijsmateriaal: Neem o.a. screenshots van chatgesprekken, apps, websites...
  4. Werd je slachtoffer van digitaal seksueel geweld? Dan kan het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) je informatie geven, helpen bij het verwijderen van beelden en juridisch bijstaan. Ben je minderjarig? Dan kan je terecht bij Child Focus op 116 000.
  5. Het Instituut heeft een handleiding waarin uitgelegd wordt hoe je zelf beelden kan rapporteren aan onlineplatformen om ze te verwijderen en verdere verspreiding te voorkomen via deze link.

 

[1] Van Hove, H., Wraakporno, online seksuele intimidatie en andere vormen van cyperpesten. IGVM, 2022, 22-24.

[2] Van Hove, 15.

[3] Van Hove, 28 en 33; https://www.mediawijs.be/nl/artikels/wat-victim-blaming

'Zonder de nodige ondersteuning van onbetaalde zorgarbeid blijft de ‘gendergelijke samenleving’ een lege doos’, schrijven vier feministische organisaties als reactie op de recent verschenen Gender Social Norms Index van de Verenigde Naties.

De recent verschenen Gender Social Norms Index van de Verenigde Naties bracht bedroevend nieuws. Ze  stelden geen verbetering vast in de vooroordelen tegenover vrouwen. 9 op de 10 mensen wereldwijd gelooft nog in meer of mindere mate in man-vrouw stereotypen. De helft van de mensen gelooft dat mannen betere politieke leiders zijn. Meer dan 40% gelooft dat mannen betere bedrijfsleiders zijn dan vrouwen. En zelfs 1 op de 4 vindt het normaal dat een man zijn vrouw mag slaan. Deze opvattingen zijn wereldwijd te vinden. Toch blijft het hier stil over. Als feministische organisaties willen wij deze stilte doorbreken.

Als deze cijfers iets aantonen, dan is het wel dat we nog gigantisch veel werk voor de boeg hebben. ‘Werk’ gebruiken we hier niet symbolisch, maar letterlijk. De verwezenlijkingen wat betreft gendergelijkheid van de afgelopen 100 jaar zijn er niet zomaar gekomen. Dit is de verdienste van feministische voortrekkers en bewegingen. Maar deze verworvenheden komen vandaag de dag hoe langer hoe meer onder druk. Daarom blijven we onze cruciale rol vervullen om samen verder te bouwen aan een (gender)gelijke samenleving. Volgens het World Economic Forum duurt het aan dit tempo nog 132 jaar tot de kloof tussen mannen en vrouwen gedicht is. Zo lang willen wij niet wachten! 

Zo was één van onze grootste gemeenschappelijke speerpunten het afgelopen jaar de strijd voor een kwaliteitsvolle kinderopvang. De kinderopvang is een onmisbare pijler in de waardering van zorgarbeid. Zonder kwaliteitsvolle kinderopvang zijn het vooral vrouwen die  terug naar de haard gekatapulteerd worden. 95% van de werknemers in de kinderopvang is vrouw. De misvatting dat zorgen ‘van nature’ vrouwenwerk is, dat zogezegd weinig vaardigheid vereist, heerst vandaag nog steeds. Niet toevallig bevestigt het VN rapport dat net de waardering voor zorg de sleutel is naar een meer gendergelijke samenleving.  

“Een belangrijke plek om te starten is het erkennen van de economische waarde van onbetaalde zorgarbeid.” Dit kan een effectief middel zijn om genderstereotypen rond zorg en de manier waarop we naar zorgarbeid kijken uit te dagen. “In landen met de hoogste scores op vooroordelen tegen vrouwen, wordt er geschat dat vrouwen zes keer zoveel tijd spenderen als mannen aan onbetaalde zorgarbeid.”
– Raquel Lagunas, Directeur van het UNDP Gender Team.”

België komt niet voor in de index van de VN, maar we kennen ook enkele cijfers voor Vlaanderen. De onderzoeksgroep TOR van de VUB berekende in 2020 dat in heteroseksuele relaties mannen per week gemiddeld 13 uur en 35 minuten besteden aan de was en de plas, en vrouwen bijna 22 uur. Daarnaast zijn vrouwen ruim drie uur per week bezig met kinderzorg, terwijl dat voor vaders over dik anderhalf uur per week gaat. Mannen kloppen vaak langere dagen op hun job, maar hebben ook meer vrije tijd: per week ruim zes uur meer dan hun vrouwen. Als je de betaalde en onbetaalde uren optelt, dan werken vrouwen per week zes tot tien uren meer dan mannen. “Mannen overschatten de tijd die ze aan werk en huishouden besteden, terwijl vrouwen die tijd onderschatten”, zegt VUB-socioloog Theun Pieter van Tienoven.

Wij vinden het de hoogste tijd om zorgtaken als werk te beschouwen. Zorg en huishoudelijke arbeid vragen onze aandacht, onze tijd en onze energie. Het is die zorg die maakt dat mensen andere professionele taken kunnen opnemen. Het is die (on)betaalde en vaak onzichtbare arbeid die betaalde arbeid mogelijk maakt. 

Omgekeerd vragen we dus diezelfde aandacht en energie van het beleid voor (onbetaalde) zorg.  Want zonder de nodige ondersteuning van onbetaalde zorgarbeid – in de vorm van betaalbare collectieve diensten zoals kinderopvang, toegankelijke en voldoende vergoede verloven en collectieve arbeidsduurverkorting- blijft een ‘gendergelijke samenleving’ een lege doos. 

 

Deze opinie werd ondertekend door de Vrouwenraad, Rebelle, ZIJ-kant, Femma, Furia en ella en verscheen op 23/06/2023 in de Knack

Furia ijvert al sinds jaar en dag, vanuit een feministisch perspectief, voor een zorgzame, solidaire en gelijke samenleving. Toen Covid-19 drie jaar onze levens danig door elkaar schudde, leek het belang van zo’n samenleving door velen te worden gedeeld. De pandemie liet voelen hoe belangrijk zorgberoepen zijn en hoe essentieel het is te kunnen zorgen voor elkaar, betaald of onbetaald. We redden het eenvoudig niet als dat kader wegvalt. De pandemie maakte ook zichtbaar hoe groot de ongelijkheid in de samenleving is: de impact van COVID én van de vele maatregelen om ze te bestrijden, was veel groter voor mensen in een sociaal-economisch zwakke positie dan voor mensen die hierin sterker stonden.

Wie, zoals Furia, hoopte dat beleidsmakers met die vaststellingen aan de slag zouden gaan, komt echter van een koude kermis thuis. Met grote bezorgdheid zien we dat de trend omgekeerd is: een toenemend aantal partijen propageert maatregelen om mensen die al zwak staan verder te marginaliseren en uit te sluiten. Het is bon ton om een populistisch discours te houden waarin ‘goede’ burgers (met een betaalde baan, een voldoende hoog inkomen, goede kennis van het Nederlands) worden afgezet tegen de ‘slechte’, of potentieel slechte medeburgers (die niet over de vernoemde kwaliteiten zouden beschikken).

De jacht op wie naast een sociale woning elders nog een eigendom heeft (wat ook de reden), de ‘basisbaan’ die werklozen moeten aanvaarden, de verstrengde voorwaarden inzake inburgering en verblijf bij de Vlaamse Zorgverzekering, de ‘war on woke’ die antiracistische stemmen wil smoren, de kritiek op organisaties van etnisch-culturele minderheden, de pogingen om verdere hoofddoekenverboden in te voeren… Veel politieke partijen lieten zich verleiden om minstens één van deze maatregelen of voorstellen te verdedigen.

Een recent voorstel om een deel van het Groeipakket (kindergeld) te gebruiken als oplossing voor de onderfinanciering van de kinderopvang past eveneens in dit rijtje. Daar wordt meteen de verplichting aan gekoppeld om kinderen 130 dagen naar de opvang te sturen. Het discours beklemtoont dat het de bedoeling is om zo gelijke kansen te creëren.  In praktijk stellen we evenwel vast dat de belofte van meer middelen – voor onderwijs, huisvesting, hulpverlening, kinderopvang enz., hand in hand gaat met de aankondiging van straffen en dreigementen, gericht tegen mensen in kwetsbare posities. Ook het idee om dwangzorg in te voeren voor kwetsbare zwangere vrouwen is daar een schrijnend voorbeeld van.

Sterke sociale infrastructuur

Dit is niet de zorgzame samenleving die Furia wenst. Furia bepleit een sterke sociale infrastructuur (crèches, woonzorgcentra, buurtcentra, scholen…) die kwalitatief, inclusief en toegankelijk is voor iedereen die er gebruik van wil maken, en waar het goed werken is. De middelen daarvoor mogen niet weggehaald worden van bestaande ondersteuning aan gezinnen, waaronder het (verre van perfecte) Groeipakket. We verwerpen het ‘diensten in plaats van cash’-discours: burgers hebben én een inkomen én goede diensten nodig. Het voortdurend spreken in termen van schuld en boete voedt het wantrouwen ten aanzien van mensen die om wat voor reden ook zwakker staan. De boodschap is niet alleen dat ze schuld dragen aan hun situatie, maar ook dat de hele samenleving de gevolgen draagt van hun ‘slechte houding’. Dat is niet alleen stigmatiserend, het is onzin.

De voorgestelde maatregelen beloven bij te dragen tot meer kansengelijkheid. Wie dieper kijkt ziet dat deze aankondigingspolitiek net het omgekeerde dreigt te doen. Wanneer de focus ligt op de individuele verantwoordelijkheid van mensen voor hun welzijn en dat van hun gezinsleden, gaat dat ten koste van de aandacht voor de collectieve inspanning voor het welzijn van iedereen. Die afbraakpolitiek leidt uiteindelijk tot achteruitgang voor iedereen, behalve van wie de middelen heeft voor dure privé-oplossingen. Het onderwijs, de kinderopvang, hulpverlening…  en vooral alle mensen die er beroep op doen en erin werken, verdienen een ambitieus en positief beleid dat inzet op de échte problemen en geen valse tweedeling tussen burgers creëert.

 

Dit opiniestuk verscheen op 13 juni 2023 op DeWereldMorgen.

Tijdens de nationale betoging van de non-profitsector op 31 januari zetten de Vrouwenraad, Rebelle, Furia, Femma Wereldvrouwen en ZIJkant als feministische organisaties stevig mee hun schouders onder initiatieven om de kinderopvang te herwaarderen en te pleiten voor werkbaar werk en een graduele daling van de kindratio. Volg zeker het Crisiskabinet Kinderopvang op sociale media om op de hoogte te blijven van deze initiatieven.

Op dinsdag 13 juni laten wij nogmaals van ons horen op de nationale betoging van de non profit

Waar: Hendrik Consciencegebouw, Koning Albert II laan 15, Brussel -> Dichtbij Station Brussel-Noord
Wanneer: dinsdag 13 juni, 10u30

Want als de kinderopvang stopt, stopt het land met draaien. Zonder kwaliteitsvolle kinderopvang zijn het vooral vrouwen die terug naar de haard gekatapulteerd worden. Daarom is het essentieel de arbeidsvoorwaarden in de kinderopvang te verbeteren. Op deze manier beschermen we de mensen die er al werken en kunnen we het beroep aantrekkelijker maken voor nieuwe mensen. Wachten tot het verkiezingsjaar 2024 is geen optie, nú handelen is de boodschap.

Feministische eisen

1. Hup naar 5

De werkdruk in de kinderopvang ligt te hoog. In plaats van vast te blijven hangen in een kip-of-eiverhaal kan er samen met werknemers uit de kinderopvangsector een stappenplan uitgetekend worden voor een graduele daling naar een ratio van maximum 5 kinderen per begeleider en maximum 4 kinderen als het de allerjongsten zijn en de begeleiders er alleen voor staan. Dit geeft kinderverzorgers en jonge ouders een perspectief, maakt de job aantrekkelijker voor sollicitanten (zowel pas-afgestudeerden, voormalige kindbegeleiders als zij-instromers) en zorgt ervoor dat baby’s en peuters (= onze toekomstige politici, leerkrachten en zorgverleners) in de eerste 1000 dagen de nodige individuele aandacht krijgen die ze verdienen.

Het verlagen van de kindratio kan niet losgekoppeld worden van de verbetering en gelijktrekking van de statuten van kindbegeleiders. Indien de kindratio daalt, moet een crèche nog voldoende werkingsmiddelen hebben om op een toegankelijke en kwaliteitsvolle manier kinderen op te vangen. 

Hierbij kan er een overgangs- of gedoogperiode voorzien worden waarbij sommige opvanginitiatieven wel nog zoveel kinderen kunnen opvangen als nodig is voor hun werking. Tegelijkertijd kunnen er pilootprojecten opgestart worden met kinderdagverblijven die nú de ratio al naar beneden willen. Enkel door dit uit te testen, kunnen we analyseren of dit een oplossing is om meer mensen aan of terug te trekken naar de sector.

2. Een eerlijk loon voor essentiële zorgarbeid

In de Septemberverklaring ijvert de Vlaamse regering voor de gelijktrekking van de statuten binnen de kinderopvangsector. Dit is een belangrijke stap, maar niet voldoende. Of je nu aan de slag bent in de kinderopvang met subsidiestatuut ‘trap’ 1, 2 of 3, als je werkt binnen een sector met een van de laagste lonen in België wordt je werk niet naar waarde geschat. Een beter loon moet ook hand in hand gaan met betere werkomstandigheden en een lagere kind-begeleiderratio.

Voorzie voor werknemers in de kinderopvangsector, eerlijke lonen, correcte (werknemers)statuten en gelijke arbeidsvoorwaarden voor de essentiële zorgarbeid die ze verrichten.

Hervorm en versterk de opleiding (zowel secundair als in het hoger onderwijs) en zorg voor loopbaankansen voor kindbegeleiders en onthaalouders. Geef ze meer kindvrije uren en pedagogische en logistieke ondersteuning.

3. Collectieve kinderopvang geeft vrouwen autonomie

De strijd voor de herwaardering van de kinderopvang loopt parallel met de strijd van vrouwen voor meer autonomie. Zowel in de kinderopvang als thuis blijft zorgarbeid on(der)betaald. Als de kinderopvang stopt, stopt België met draaien. In ons land werkt maar liefst 42% van de vrouwen deeltijds, tegenover 12% van de mannen. Als belangrijkste reden voor hun deeltijds werk, verwijzen de meeste vrouwen naar de zorg voor kinderen of andere afhankelijke personen.

Een toegankelijke, betaalbare en kwalitatieve kinderopvang is essentieel in de vrije keuze van vrouwen om zich te richten op hun loopbaan of zorg en als schakel in het netwerk van alleenstaande ouders. We verzetten ons tegen de commercialisering van de kinderopvang, een logica waarbij kinderopvang enkel als winstgevende activiteit wordt gezien die andere schakels van een economie doet draaien. Het is de publieke verantwoordelijkheid van onze overheid om een kwalitatieve kinderopvang te voorzien die de volledige samenleving ten goede komt. 

4. Mannen die zorgen zijn baanbrekers

Slechts 2,4% van de werknemers in de kinderopvang is man. Door betere arbeidsomstandigheden te voorzien wordt de job ook voor mannen aantrekkelijker. Ontwikkel daarnaast ook specifieke acties die stereotypen doorbreken over mannen die zorgen en die inzetten op recrutering van mannen naar de kinderzorgsector.

5. Veranker het recht op collectieve kinderopvang

Zorg dat kwalitatieve kinderopvang een afdwingbaar recht wordt voor elk gezin. Laat hen niet wachten tot ze 2,5 jaar zijn en recht hebben op een plek in de kleuterschool. Zeker voor kansarme gezinnen kan het recht op kinderopvang als basisvoorziening een bijdrage leveren aan het bestrijden van ongelijkheid. Kinderen uit gezinnen met de laagste inkomens in Vlaanderen maken maar half zo vaak gebruik van kinderopvang als die uit de rijkste gezinnen. 

Zowel het Europees Parlement als de Commissie erkent het belang van kinderopvang als basisvoorziening voor álle kinderen. In bv. Zweden en Finland is kinderopvang een basisvoorziening, een afdwingbaar recht. Dit betekent dat elk kind tussen de 1 en 5 jaar binnen de vier maanden na aanvraag een plek moet hebben. Is die plek er niet, dan kan de lokale overheid hiervoor vervolgd worden. 

6. Laten we positieve verhalen delen

Mensen die in de kinderopvang werken willen de best mogelijke basis meegeven voor het verdere leven van kinderen en hen helpen ontwikkelen. Ze zijn het aanspreekpunt voor ouders die met opvoedkundige vragen zitten en brengen hen in contact met andere ouders zodat ze hun netwerk verbreden en ervaringen kunnen delen

Het is dringend tijd om in de nieuwsberichten over de crisis in de kinderopvang ook te focussen op de positieve ervaringen van werknemers en hun pedagogische kennis en aanpak in de schijnwerpers te plaatsen. Zeker positieve ervaringen van mannelijke kindbegeleiders vormen een kans om het genderstereotiep denken over zorg te doorbreken en iedereen de kans te geven om te zorgen ongeacht diens gender.

De moeilijkheden in de kinderopvang zijn structureel van aard en liggen niet bij de werknemers zelf. Een lagere kindratio per begeleider geeft kinderverzorgers ademruimte en motivatie om de job te blijven doen waarvoor ze zich inzetten. Het biedt hen de ruimte om niet enkel basiszorg aan de kinderen te geven, maar hen effectief te ondersteunen in hun ontwikkeling. Dit maakt het voor hen aantrekkelijker om de job te blijven uitvoeren, gemotiveerd te blijven en anderen aan te sporen om zelf kindbegeleider te worden. 

Dit eisenpakket werd opgesteld door: 

Vrouwenraad

Rebelle

ZIJkant

Furia

Femma Wereldvrouwen

07 juni 2023 om 14u58

Familie voor elkaar

Familie voor elkaar

Familie voor elkaar is een campagne waarin we de veerkracht en creativiteit van families vieren. In vier verschillende familieportretten laten we zien dat het niet de opbouw van een familie is die haar definieert, maar de onderlinge steun en toewijding die er voor elkaar is. De campagne is een samenwerking tussen meer dan tien gelijke kansenorganisaties.

Maak hier kennis met de verhalen van Kasper en Astrid, Lale, Jennifer, Hanne en Veerle.

Familie voor elkaar is een initiatief van: Çavaria, Ella vzw, Furia, Merhaba, MoveMen, RoSa vzw, Sensoa, Sophia, Transgender Infopunt, Vrouwenraad en Wel Jong.

Familie voor elkaar werd mogelijk gemaakt door steun van het Instituut voor de Gelijkheid van Mannen en Vrouwen. Foto’s zijn van Mayli Sterkendries en video’s van Yentl De Baets.

Volg de campagne ook op InstagramFacebook//www.tiktok.com/@familievoorelkaar">TikTok en Twitter

Kasper, Astrid, Billie, Pippa en Suz

Kasper is trans man en de papa van Billie. Hij is samen met Astrid, de mama van Pippa en Suz. In de campagne ze vertellen over online daten als trans persoon, hoe Kasper zijn dochter moest vertellen dat hij in transitie wilde en hoe ze het als samengesteld gezin met elkaar kunnen vinden.

     

     

          

Lale, Özkan en Yasin

Lale voedt haar zoons Özkan en Yasin alleen op. Ze bespreekt de voor- en nadelen van alleenstaande mama zijn, hoe haar broers en zussen altijd voor haar klaarstaan, en hoe het overlijden van haar eigen mama haar heeft veranderd.

     

     

     

Jennifer

Jennifer heeft twee abortussen gehad in het verleden. Nu ze ook moeder is van twee dochters ervaart ze dat het nog altijd moeilijk is om er over te praten.

     

     

Hanne, Veerle en Otis

Hanne en Veerle zijn de LGBTI+-ouders van Otis. Ze krijgen vaak vragen over hun traject, maar niet altijd op een beleefde manier. Ze voeden Otis heel genderbewust op. Ze letten er op dat speelgoed en kleertjes niet altijd genderstereotype zijn en laten hem vooral veel zelf kiezen.

     

     

     

 

06 juni 2023 om 11u18

Furia zoekt een cijferwonder

Jij…

  • kent de ins en outs van begrotingen en jaarrekeningen
  • goochelt met cijfers
  • hebt zin om deze kwaliteiten in te zetten voor Furia, een feministische denk- en actiegroep 
  • kan je vinden in het intersectionele feminisme waar Furia voor staat

Furia zoekt…

  • iemand (v/x) die het financieel beleid mee kan uittekenen, met speciale aandacht voor de planning op langere termijn
  • die (bij voorkeur) bereid is om lid van het bestuur te worden 

Wij vragen…

Dat je je een aantal keer per jaar over de financiën ontfermt:

  • voorbereiden van de begroting
  • tussentijdse begrotingscontroles
  • voorbereiden verantwoording aan de AV en begeleiding van de verantwoording van de verschillende subsidiedossiers 

Dat je het bestuur en de coördinator informeert en adviseert over het financiële reilen en zeilen van de organisatie.

Furia biedt je…

  • Een fijne vrijwilligerservaring bij één van de pioniers van de feministische beweging in België 
  • Een duidelijk afgebakend engagement
  • Coaching en nabije opvolging gedurende de volledige periode als vrijwillig.st.er
  • Terugbetaling transportkosten openbaar vervoer

Interesse?

Contacteer ons dan snel voor een kennismakingsgesprek via een mailtje naar Els Flour via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Nog twijfels of vragen? Contacteer ons gerust ook via bovenstaand mailadres.

Wanneer: woensdag 17 mei 2023
Waar: Grondwettelijk Hof, Koningsplein 7, 1000 Brussel
 
Programma:
  • 14u Actie voor het Grondwettelijk Hof ☂️: breng je paraplu mee!
  • 15u Pleidooien tegen de Vlaamse Regering in de zaak rond decreet Vlaamse Sociale Bescherming
 
Op maandag 24 januari 2022 diende Iedereen Beschermd, een groep van enkele middenveldorganisaties waaronder ook Furia, het gezamenlijk verzoekschrift in bij het Grondwettelijk Hof tegen het nieuwe decreet Vlaamse Sociale Bescherming. Iedereen Beschermd, een coalitie van bijna 20 middenveldorganisaties, ging in beroep tegen dit decreet omdat het discriminerend is en onze samenleving verdeelt in A- en B-burgers. We voeren actie om te tonen aan de Vlaamse Regering dat sociale bescherming voor ons een grondrecht is en geen privilege!
 
Meer info rond onze eisen en hoe je kan steunen, kan je hier vinden en in deze video. Of kom naar de actie op woensdag!
 
 
 

De feministische en vrouwenrechtenorganisaties uit het noorden en het zuiden van het land zijn blij met de snelle benoeming van een nieuwe staatssecretaris voor Gendergelijkheid, Gelijke Kansen en Diversiteit.

Een week geleden nam Sarah Schlitz immers ontslag en aanvaardde daarmee de gevolgen van de fouten die haar kabinet en zijzelf hadden gemaakt. Zodra haar ontslag door de premier was goedgekeurd, roken bepaalde politieke groeperingen hun kans. Ze suggereerden de ontbinding van haar kabinet en de verdeling van de bevoegdheden. Wij zijn opgelucht dat het belang en het nut van deze portefeuille opnieuw bevestigd werden. Maar laat ons niet naïef zijn: de vrees is terecht dat de herhaaldelijke aanvallen – we hebben het niet enkel over logo-gate – niet alleen gericht waren tegen de ex-staatssecretaris, maar ook tegen haar bevoegdheden as such.

Met lede ogen kijken we toe hoe conservatieve en reactionaire krachten terrein winnen en hun discours annex ideologieën verder verspreiden. We weten hoe weinig deze stromingen geven om het middenveld, vrouwenrechten, seksuele en genderminderheden … behalve wanneer het erom gaat gelijkheid te misbruiken als een voorwendsel om bepaalde bevolkingsgroepen te stigmatiseren. Meer dan ooit verdient de strijd voor gendergelijkheid, gelijke kansen en diversiteit een staatssecretariaat, ja waarom niet een minister. Dit is meteen een van onze eisen aan de volgende federale regering.

Een ander beleid is mogelijk

Wij verwachten alvast dat de nieuwe staatssecretaris het werk van haar voorgangster voortzet: de femicide-wet, het Nationaal Actieplan (NAP) tegen gendergerelateerd geweld 2021-2025 en het interfederaal plan ter bestrijding van racisme – waarop we meer dan twintig jaar hebben moeten wachten! – zijn slechts enkele van de cruciale kwesties die tijdens deze legislatuur op de agenda staan. Ze moeten er staan als een huis, zowel qua inhoud als qua vorm, willen we niet dat ze weer ontmanteld kunnen worden door toekomstige regeringscoalities. Hoewel er kritiek geuit werd op sommige methoden van de vorige staatssecretaris, willen wij benadrukken dat haar werk aangetoond heeft dat het mogelijk is om op een andere manier aan politiek te doen. Namelijk door het maatschappelijk middenveld centraal te stellen in de processen, door de tijd te nemen om haar werk te ontdekken en te (h)erkennen … alsook het precaire karakter van de non-profitsector en zijn werknemers, voor het merendeel vrouwen.

Bij gebrek aan voldoende structurele financiering blijven de talrijke projectoproepen van vitaal belang voor de goede werking en zelfs het voortbestaan van verenigingen die elke dag strijden voor een meer egalitaire en rechtvaardige samenleving. Daarom blijven wij hameren op het belang van controlemechanismen die toezien op de wetgevingswerkzaamheden waarbij verenigingen betrokken zijn. Wij denken hierbij aan het nationaal platform van het maatschappelijk middenveld dat werd opgericht om de evaluatie van het NAP Gendergerelateerd Geweld 2021-2025 te waarborgen. Overheidsbeleid ter bestrijding van alle vormen van geweld en discriminatie wordt niet van achter een bureau gevoerd. Het kan evenmin de materiële en financiële omstandigheden negeren waarin terreinorganisaties hun vitale eerstelijnswerk verrichten.

Gelijkheid is een zaak van de voltallige regering

Naast de bevoegde staatssecretaris is het de regering als geheel die nog harder moet werken aan een meer rechtvaardige en egalitaire samenleving zonder geweld. Een regering die er prat op gaat hiervan een prioriteit te maken en waarvan de premier beweert feminist te zijn, moet op coherente wijze de randvoorwaarden scheppen en de nodige middelen verschaffen.

Dat betekent onder meer:

  • versterking van de uitvoering van onze internationale verplichtingen: het Verdrag van Istanbul, het CEDAW-Verdrag (VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen) en alle Europese richtlijnen met betrekking tot gendergelijkheid;
  • opvolging van de aanbevelingen van het comité van experten dat belast is met de evaluatie van de wet op de vrijwillige zwangerschapsafbreking: de termijn verlengen van 12 naar 18 weken, de ‘bedenktijd’ afschaffen, een einde maken aan de sancties tegen vrouwen, enz.;
  • een gunstige pensioenhervorming voor vrouwen, door de gelijkgestelde periodes te versterken en de toegang van werkneemsters tot het minimumpensioen te verbeteren;
  • verruiming van de toegang van werknemers tot tijdskrediet en verhoging van de financiële compensatie voor alle thematische zorgverloven; onder meer verlenging van de toegangsvoorwaarden voor kinderen tot 8 jaar en herinvoering van het tijdskrediet zonder motief, met volledige gelijkstelling van deze periodes;
  • substantiële herwaardering van alle zorgberoepen, essentiële beroepen waarvoor tijdens de gezondheidscrisis iedere avond geapplaudisseerd werd en die vooral door vrouwen in vaak precaire omstandigheden worden uitgeoefend.

Ten slotte mogen we niet vergeten dat het bij de rechten van vrouwen, LGBTQIA+-personen, personen met een migratieachtergrond en personen met een handicap in de eerste plaats om mensenrechten gaat, met name het respect voor de menselijke waardigheid van iedereen. Een regering die beweert zich hiervoor in te zetten, kan niet tegelijkertijd opzettelijk en herhaaldelijk de meest fundamentele mensenrechten en haar internationale verplichtingen met betrekking tot de opvang van asielzoekers schenden. Wij, feministische en vrouwenrechtenorganisaties, uit alle hoeken van het land, zullen deze regering, én de volgende, blijven herinneren aan de urgentie om te komen tot een rechtvaardige en egalitaire samenleving, vrij van geweld voor iedereen.

We zijn verenigd, klaar om in actie te treden. Feministen, zolang het nodig is.

Ondertekenaars: een breed front van vrouwenrechtenorganisaties, verenigd door Vie féminine. Met:

  • Bamko
  • BruZelle
  • Collectif des Mères Veilleuses
  • Conseil des Femmes Francophones de Belgique
  • Corps Ecrits
  • Ella vzw
  • Elles sans Frontières/Elles pour elles
  • Fédération Laïque des Centres de Planning familial asbl
  • Femmes CSC
  • Femmes de droit
  • Furia
  • GAMS Belgique
  • Garance
  • Isala
  • La Voix des Femmes
  • Le Monde selon les femmes
  • Maison Maternelle Fernand Philippe asbl
  • Solidarité Femmes
  • Soralia
  • Sofélia
  • Synergie Wallonie
  • Université des femmes
  • Vrouwenraad

 

Deze open brief verscheen op 3 mei 2023 in DeWereldMorgen

Deze brief ter ondersteuning van het personeel van Delhaize verscheen op 22 april in De Morgen, ondertekend door Ellen Verryt (Furia), Heid Degerckx (Netwerk tegen Armoede), Patrick Deboosere (professor VUB) en 70 professoren arbeidsrecht, politicologen e.a.

 

Een zestal weken geleden raakte bekend dat supermarktketen Ahold Delhaize al haar 128 vestigingen in eigen beheer zou overlaten aan zelfstandige uitbaters. De directie van Delhaize beweert dat er voor de betrokken werknemers niets zal veranderen, maar die vrezen terecht voor banenverlies en verslechtering van de loon- en arbeidsvoorwaarden. En die laatste waren al niet fantastisch: de veelal vrouwelijke werknemers doen fysiek erg belastend werk en verdienen daar weinig mee.

De herstructureringsplannen brachten dan ook een golf van verontwaardiging teweeg, en een groot deel van de werknemers legde spontaan het werk neer. Zes weken later voeren ze nog steeds actie. Wij steunen hen.

NIEUW (A)SOCIAAL MODEL

De Delhaiziens schrijven een belangrijk stuk sociale geschiedenis. Hun strijdbaarheid is meer dan indrukwekkend. Het lijkt erop dat David ook dit keer van Goliath zou kunnen winnen. Samen kunnen de werknemers immers een belangrijk tegenwicht bieden aan de economische grootmacht Ahold Delhaize. Hun boodschap is duidelijk: “Neen aan de winstmaximalisatie ten koste van het personeel.” En die boodschap is eenduidig over de taal- en landsgrenzen heen: er wordt overal in België gestaakt en ook in Nederland zijn er acties tegen Ahold.

Ahold Delhaize maakt miljoenenwinsten, en de aandeelhouders willen meer van dat. Alleen daarom wordt deze herstructurering gepland. Delhaize maakt overigens al jaren gebruik van verzelfstandigde winkels, zoals Proxy Delhaize en Shop & Go. De werknemers weten dus wat ook hen te wachten staat.

Franchising van de winkels zal onvermijdelijk leiden tot minder goede loon- en arbeidsvoorwaarden, ongeacht de collectieve arbeidsovereenkomst die dit tracht te voorkomen. Dat is niet te wijten aan de zelfstandige winkeleigenaars. Ook voor hen zal het niet gemakkelijk zijn om de eindjes aan elkaar te knopen. Zij worden net zoals iedereen geconfronteerd met hoge energieprijzen, krijgen weinig tot geen vrijheid om hun prijzen te bepalen, en daarenboven moeten ze een commissie op hun verkopen afgeven aan Delhaize. Besparen op lonen lijkt voor hen dan de enige manier om het hoofd boven water te houden.

Bovendien zal er in heel wat zelfstandige winkels geen vakbondsvertegenwoordiging zijn, omdat er minder dan 50 mensen werken. En zonder vakbond zijn zogezegde garanties niets waard: de werknemer staat alleen tegenover zijn baas, en tegenover de keuze tussen meer en flexibeler werken voor minder loon en ontslag wegens economische noodzaak.

VAAGHEID, INTIMIDATIE, REPRESSIE

De directie van Delhaize weet dat zij haar belofte dat er niets zal veranderen voor de werknemers niet kan waarmaken. De vragen van de vakbonden naar duidelijkheid over de toekomst vielen in dovemansoren.

Ahold Delhaize voelt ook de kracht van de collectieve acties. Net daarom verzet de winkelketen zich zo brutaal tegen de aanhoudende stakingen. Met dure advocaten stapt Delhaize naar de rechtbank om via eenzijdige procedures een stakingsverbod te bekomen. Werknemers die toch nog aan een stakerspost staan, worden door deurwaarders bedreigd met hoge dwangsommen. Om de asociale herstructurering tegen alle protest in alsnog door te voeren, trekt Delhaize nu dus de kaart van repressie en intimidatie. Het stakingsrecht wordt eenvoudigweg van tafel geveegd.

In plaats van op zoek te gaan naar oplossingen snoert Delhaize haar werknemers liever de mond. Het is dus van het grootste belang dat de werknemers breed worden gesteund.

Delhaize zal niet de enige winkelketen zijn die toegeeft aan de winsthonger en concurrentiedruk. Andere ketens zullen wellicht snel volgen. Steeds meer werknemers zullen daardoor in precaire jobs of zelfs in armoede worden geduwd.

Die tendens van flexibilisering is niet nieuw, maar wel enorm gevaarlijk. Verglijden we binnenkort in een systeem waarin we minstens twee jobs nodig hebben om een menswaardig inkomen te verdienen? En zullen we nog voor onze rechten durven opkomen?

De arbeidsmarkt heeft juist nood aan meer stabiele, kwaliteitsvolle jobs met inspraak voor de werknemers. De franchisinggolf die zich aankondigt, zal net voor het omgekeerde zorgen. Daarom is de strijd van de Delhaiziens van groot belang voor ons allemaal.

Als er ooit een moment was om onze waardering voor hun harde werk te tonen, laat dit het dan zijn.

70 ondertekenaars, onder wie Heidi Degerickx, Netwerk tegen Armoede; Ellen Verryt, Furia; Patrick Deboosere, professor VUB; Pascal Debruyne, docent en onderzoeker Odisee Hogeschool; Ico Maly, professor Tilburg University; Valeria Pulignano, professor KU Leuven; Patrick Humblet, professor UGent; Hind Riad, advocaat PROGRESS Lawyers Network; Jan Buelens, advocaat PROGRESS Lawyers Network en professor UAntwerpen – ULB.

Vandaag (18/04) wordt het academisch rapport over de abortuswet- en praktijk in België voorgesteld aan de commissies Justitie en Gezondheid & Gelijke Kansen van de Kamer. Een samenvatting werd vorige maand al vrijgegeven. Het interuniversitair en interdisciplinair rapport is gebaseerd op de medische vooruitgang sinds de abortuswet van 1990, wetenschappelijk onderzoek, meer dan drie decennia Belgische abortuspraktijk en buitenlandse ervaringen. De conclusies zijn glashelder en hernemen de pijnpunten die vrouwenbewegingen en abortuscentra al jaren aankaarten.

Zo kwalificeert het rapport de verplichte 6-dagen bedenktijd als vernederend omdat het een immaturiteit van vrouwen suggereert, veronderstellende dat zij niet in staat zijn om de nodige bedenktijd zelf in te bouwen. Het denkproces start immers lang voor de eerste raadpleging, namelijk op het moment dat een vrouw ontdekt dat ze ongewenst zwanger is. De vraag om abortus is in praktijk een weloverwogen beslissing. Daarom bepleiten de experts de afschaffing van deze betuttelende maatregel.

Het rapport benadrukt de noodzaak van een gelijke en betaalbare toegang tot abortuszorg voor alle zwangere vrouwen die in België verblijven, ongeacht het statuut. In het bijzonder de meest kwetsbare vrouwen, bijvoorbeeld vluchtelingen, vrouwen zonder papieren en daklozen, vinden moeilijk toegang. Jaarlijks trekken ook enkele honderden vrouwen naar Nederland omdat ze de huidige termijn overschrijden. Dat kan iedere vrouw overkomen, maar niet iedere vrouw heeft  de nodige middelen om naar Nederland te gaan. Om die zorg ook in België te kunnen aanbieden, stelt het rapport voor om de termijn op te trekken tot 18 of 20 weken.

Vrouwen zijn gemiddeld 35 jaar van hun leven vruchtbaar. Het vergt een volgehouden inspanning - en soms wat geluk - om nooit ongewenst zwanger te worden. Eén op vijf vrouwen in België ondergaat ooit in haar leven een abortus. Toch is het Belgisch abortuscijfer met gemiddeld 8,8 abortussen per 1000 vrouwen in de vruchtbare leeftijd een van de laagste ter wereld. Het Europese gemiddelde bedraagt 18 en het mondiale gemiddelde ligt op 39.

Opvallend is de trend van dalende abortussen in de groep jonger dan 21 jaar sinds de terugbetaling van anticonceptiva voor hen. Investeren in preventie loont. Het rapport beveelt dan ook een verdere uitbreiding aan van de tegemoetkoming voor anticonceptiva die vandaag al geldt tot 25 jaar. Dat geldt in het bijzonder voor langdurige anticonceptie: die is duur bij aankoop, maar wel heel doeltreffend.

Geen enkel anticonceptiemiddel is evenwel perfect. Het is dan ook geen toeval dat het rapport oproept om abortuszorg in te schrijven in het gezondheidsrecht. Patiëntenrechten en kwaliteitseisen worden daardoor ook hier van toepassing. Dat sluit aan bij het feministische pleidooi om het moraliserende perspectief te verlaten en abortuszorg als een medische handeling in het kader van preventieve gezondheidszorg vorm te geven.

We nodigen de politici in het parlement uit om de eenduidige conclusies van het expertenrapport ernstig te nemen en de abortuswetgeving in overeenstemming te brengen met de reële noden van vrouwen en om hun zelfbeschikkingsrecht verder wettelijk te verankeren.

Dit opiniestuk verscheen in De Morgen op 18/04/2023.

Pagina 3 van 19

SCHRIJF JE IN VOOR ONZE NIEUWSBRIEF

Na het invullen van dit formulier ontvangt u van ons nieuwsupdates en informatie over onze activiteiten zonder verdere verplichtingen. U kan zich steeds uitschrijven via een link onderaan elke e-mail die u van ons ontvangt.

FURIA OP FACEBOOK

               Vlaanderen verbeelding werkt vol zwart