Voltijds werken en zorgen? Waarom die twee niet voor iedereen samengaan

Feministe Ida Dequeecker schreef voor Furia een opiniestuk over de recente discussie rond de pensioenhervormingen en de uitspraken van Jan Jambon.

Jan Jambon windt er geen doekjes om: van vrouwen wordt verwacht dat ze ‘voltijds’ gaan werken als ze een volwaardig pensioen willen. Waar maken we ons als vrouwenorganisaties eigenlijk druk over? “Ze” zullen zich wel aanpassen. Dat zal wel. Mensen maken er altijd het beste van, mensen zijn creatief. De krachttoeren die vrouwen uithalen om gezin en loonarbeid te combineren zeggen genoeg. Daar hoeft het debat dus niet over te gaan. Wel over “de diepere spanning in de manier waarop onze samenleving werk en gezin en hun onderlinge relatie begrijpt”, zoals Eleonora Mingarelli stelt (DS 14/03/26). Maar dan niet om ons neer te leggen bij minder pensioen omwille van gratis zorgarbeid, zoals zij op het einde van haar betoog lijkt te stellen.

Laten we het dus hebben over hoe groot het spanningsveld is dat ons sociaal-economisch systeem, het kapitalisme, creëert tussen gezinsleven en de kost verdienen. Over hoe vooral vrouwen op oneindig veel manieren die twee verbinden, of ze nu zelf de kost verdienen of afhangen van een kostwinner. Schone kleren, eten op tafel, verzorging zijn een werk van liefde met vaak veel pijn en onmogelijk gejongleer. Maar zeker de moeite waard, want het gezin is nog een plek waar we, in de meeste gevallen, warmte geven en krijgen.

Kinderen zijn de burgers en werknemers van de toekomst

Het is niet omdat kinderen met liefde omringd worden, dat baren en opvoeden geen essentiële bijdrage is aan de samenleving in het algemeen en de economie in het bijzonder: kinderen zijn de burgers en werknemers van de toekomst. Het is niet voor niets dat de bezorgdheid over terugvallende geboortecijfers steeds vaker opduikt.

Moeder worden is geen job als een ander. Het dient misschien niet financieel vergoed te worden maar het mag zeker niet afgestraft worden. Kinderen grootbrengen moet bovendien op grote schaal en in de gemeenschap worden ondersteund. Dat gaat verder dan kinderopvang of andere opvangstructuren, en verder dan het verdelen van de zorg onder ouders, hoe belangrijk ook. Het gaat om het “dorp dat nodig is om een kind groot te brengen”.

Als het zo is dat kinderen krijgen, hen opvoeden en een goed leven bezorgen de essentiële doelstelling van een samenleving is, moeten we dringend nadenken over een zorgzame samenleving. Sociale afbraak is alvast niet de weg er naartoe. Die schuift niet alleen meer zorg af op gezinnen, maar ook meer verantwoordelijkheid. Als het fout gaat, worden zij als eerste met de vinger gewezen en gestraft.

De draagkracht van gezinnen varieert enorm en wordt voor een groot deel bepaald door het gezinsinkomen

Maar niet alle gezinnen worden op dezelfde manier geraakt. De draagkracht van gezinnen varieert enorm en wordt voor een groot deel bepaald door het gezinsinkomen. Gezinnen met een hoger inkomen kunnen huishoudelijk en zorgend werk uitbesteden, vinden makkelijker goede kinderopvang en hebben meer financiële ruimte om hun gezin te combineren met betaald werk. Het zijn niet toevallig overwegend witte tweeverdienersgezinnen die hiervoor leunen op de schouders leunen van heel wat minder verdienende vrouwelijke werkkrachten. Dat deze laatste doen dat vaak via onzekere contracten, met hyperflexibele uurroosters en lage lonen.

Furia blijft daarom de vraag stellen: wie zorgt voor de slecht betaalde huishoudhulp en haar kinderen? We zijn op weg naar een samenleving waarin geld steeds meer bepaalt wie wel voldoende zorg kan krijgen en wie gezin en huishouden kan combineren met voltijds betaald werk, zoals de norm voorschrijft

In 10 jaar tijd verschoof in België 16 miljard euro van arbeid naar kapitaal, dus van werknemers naar bedrijven en aandeelhouders; de verdeling van de geproduceerde rijkdom is radicaal veranderd. De maatschappelijke prijs van deze verschuiving wordt intussen ook stilaan duidelijk en reikt verder dan de individuele verarming van mensen en gezinnen. De neerwaartse spiraal en sociale afbraak begonnen in de jaren 70 en leiden al jaren tot protest.

Hallucinant, dat men nu vrouwen egoïsme verwijt, gebrek aan realiteitszin of wat dan ook

Toen al pleitten feministen voor structurele veranderingen voor een beter leven, zoals een een kortere werkweek met behoud van loon en correcte werkomstandigheden voor iedereen als een belangrijke stap naar een omgeving waarin gezin en loonarbeid meer in evenwicht geraken. Werkgevers en regeringen waren tegen en zetten al die jaren door met steeds meer flexibele contracten en lage lonen. Het zijn net de sectoren waar vooral vrouwen werken die werken met dit soort precaire contracten. Anderhalf inkomen per gezin, luidde de politieke filosofie ooit. Hallucinant, dat men nu vrouwen egoïsme verwijt, gebrek aan realiteitszin of wat dan ook. En straffer: hen laat opdraaien voor de besparingen.

Ook het protest tegen de afbraakmaatregelen vandaag is gericht tegen dit soort politieke keuzes die, in naam van economische noodzaak, het leven van een massa mensen minder leefbaar maken en van de balans tussen leven en werk een illusie maken. Misschien moeten we ons niet laten afleiden door verontwaardiging over ondiplomatische uitspraken van een minister, maar blijven focussen op waarover het echt gaat: een leefbare wereld.

Privacy Policy