Een kwarteeuw na de millenniumwissel toen hoop op wereldwijde vooruitgang, vrede en een beter leven voor iedereen nog levendig was, lijkt 2026 een kanteljaar te worden. Glijden de wereld en de democratische instellingen af naar de chaos van het recht van de sterkste en grotere ongelijkheid of komen de democratische instellingen en landen, respect voor de mensenrechten en de gelijke rechten van vrouwen versterkt uit de strijd?
De 70ste zitting van de VN-Commissie Status van de Vrouw buigt zich dit jaar over strategieën en beleidsaanbevelingen om de toegang van alle vrouwen en meisjes tot het recht te verbeteren en te garanderen, onder meer, door faire en inclusieve rechtssystemen te stimuleren, discriminerende regelgeving af te schaffen en structurele belemmeringen aan te pakken.
Een taak die extra kracht wordt bijgezet door de oproep van de internationale vrouwendag: ‘Rechten, Rechtvaardigheid. Actie. Voor alle vrouwen en meisjes’. De focus ligt daarbij op het wegnemen van alle structurele barrières die genderrechtvaardigheid en gelijke rechten voor vrouwen belemmeren. Zaken zoals discriminerende wetten en maatregelen, schadelijke normen en praktijken, ontbrekende wettelijke bescherming, genderblinde maatregelen … die de rechten van vrouwen en meisjes ondermijnen moeten op de schop. Een initiatief en oproep die geen dag te vroeg komen.
Ondanks bindende verdragen zoals het VN-Vrouwenrechtenverdrag (1979) en de engagementen van de Vierde Wereldvrouwenconferentie (1995) en van Agenda 2030 (2015) heeft geen enkel land maatschappelijke gelijkheid rechten voor vrouwen en mannen bereikt. Tegelijk is de weerstand tegen mensenrechten, gendergelijkheid en gelijke rechten voor vrouwen toegenomen, met als gevolg stagnatie en zelfs achteruitgang. Backlash! Wereldwijd, maar ook in de Europese Unie en in ons land.
Cruciale rechten zoals het recht op arbeid, inkomen, wonen, seksuele en reproductieve gezondheid, maatschappelijke bescherming, veiligheid … staan opnieuw onder druk staan en worden in naam van economische en demografische efficiëntie, noodzakelijke besparingen en zogenaamde individuele verantwoordelijkheid … van tafel geveegd. Besparingen in de sociale zekerheid, opvoeren van de pensioenleeftijd, beperking van de bescherming tegen werkloosheid, ziekte, miskenning en onderwaardering van zorgarbeid … raken vrouwen algemeen en vrouwen die zich in kwetsbare posities bevinden omwille van factoren zoals armoede, handicap, ziekte, leeftijd, migratiestatus, verblijfsstatus, … of een combinatie van deze factoren, in het bijzonder.
Een gevaarlijke en nefaste ontwikkeling doet zich tegelijk voor op het domein van het vluchtelingen- en humanitair recht. In naam van controle over de toegang tot het grondgebied dreigen de rechten van vrouwen op bescherming tegen vervolging, foltering en wrede of inhumane behandeling en de erkenning van gendergebonden vormen van vervolging in de Europese Unie van tafel geveegd te worden. Het EU asiel- en migratiepact installeert een gemeenschappelijk beleid met strenge grenscontroles, versnelde procedures en gemeenschappelijke minimumcriteria voor opvang en verblijfsrecht en laat de lidstaten toe om de voorzieningen van het pact absoluut minimaal te interpreteren.
Uit de teksten komt overduidelijk naar voren dat men zo weinig mogelijk vluchtelingen uit derde landen wil toelaten en zoveel mogelijk niet-gewenste derdelanders wil weren of bannen van het grondgebied: door hen niet toe te laten tot het grondgebied en door hen terug te sturen naar landen van oorsprong of doorgang, m.i.v. de uitbesteding van de opvang en het verblijf aan landen van buiten de Unie, zonder al te veel oog voor de kwaliteit van de opvang, voor respect voor de mensenrechten en de positie van vrouwen in die landen en voor het non-refoulement principe. 1
Bijvoorbeeld. In het Pact wordt voorzien dat screenings aan de buitengrenzen rekening moeten houden met de genderdimensie van vervolging en dat het onthaal genderbewust moet verlopen. De vraag is echter: in welke mate kunnen deze versnelde procedures en minimale criteria de ruimte en tijd bieden om traumatische ervaringen van seksueel en andere vormen van gendergerelateerd geweld op vrouwen ter sprake te kunnen brengen; en welke waarborgen zijn er dat betrokken ambtenaren voldoende onderlegd zijn om gendergebonden vormen van vervolging, dreiging en discriminatie te herkennen, te erkennen, en adequaat te ondervangen.
Zowel in het asiel en migratiepact zelf als in de uitvoering op het terrein schuilen meerdere adders onder het gras die de fundamentele rechten en vrijheden van vrouwen en het internationaal recht dreigen te miskennen en met de voeten te treden. De toekenning van de vluchtelingenstatus en van humanitaire bescherming in lijn met de mensenrechten, het recht op opvang en adequate opvang, op gezinshereniging, op doeltreffende integratie … al deze voorzieningen die fundamenteel onderdeel zijn van rechtvaardigheid worden zoveel als mogelijk afgebroken en tot een minimum herleid. Op deze manier worden zowel de toegang tot het grondgebied alsook de toegang van vrouwen tot het recht en tot genderrechtvaardigheid gehinderd.
Respect voor de mensenrechten, het internationaal recht en genderrechtvaardigheid lijken verder weg dan ooit. Maar zoals niets voor altijd verworven is, is niets ook voor altijd verloren. Het EU asiel- en migratiepact stelt dat het beleid ontwikkeld zal worden in overeenstemming met het internationaal recht en de mensenrechten. Dit biedt de democratische krachten handvaten voor de evaluatie en nodige bijsturing van het beleid.
Voor wat betreft de rechten van vrouwen op de vlucht zijn naast het klassieke vluchtelingenrecht en het Europees verdrag voor de rechten van de mens, het Vrouwenrechtenverdrag (CEDAW 1979), het Kinderrechtenverdrag (1989), Verdrag van Istanboel (2011) en de relevante algemene en gerichte aanbevelingen van de toezichthoudende comités bij deze verdragen van bijzonder belang. Stuk voor stuk normen die de lidstaten die partij zijn bij deze verdragen moeten respecteren.
Tegelijk zijn er ook specifieke aanbevelingen en resoluties van instellingen zoals het Ministerieel Comité van de Raad van Europa en de VN-Commissie Status van de Vrouw en politieke engagementen waartoe regeringen zich verbonden hebben en die in de ontwikkeling en toepassing van het vluchtelingenrecht voor vrouwen vorm moeten krijgen.
Bijvoorbeeld. Aanbeveling CM/ReC/2022/17 van het Ministerieel Comité van de Raad van Europa over de bescherming van de rechten van vrouwelijke migranten, vluchtelingen en asielzoekers.
Hierin stelt het Comité dat lidstaten een beleid moeten voeren dat alle vormen van discriminatie uitbant en alle migranten-, vluchtelingen- en asielzoekende vrouwen toegang verzekerd tot nationale en internationale civiele, administratieve en strafrechtelijke rechtsmiddelen zodat zij hun rechten effectief kunnen uitoefenen en actie kunnen ondernemen in geval van schending van die rechten, in overeenstemming met de relevante nationale en internationale normen en instrumenten. Lidstaten moeten daarom samenwerken met en steun verlenen aan vrouwenrechtenorganisaties en andere organisaties die de rechten van migrantenvrouwen en vluchtelingenvrouwen verdedigen en werken aan hun empowerment. Vrouwenrechtenorganisaties moeten een stem krijgen een het beleid en met hun aanbevelingen moet rekening worden gehouden.
Het wordt dus uitkijken naar de besluiten en aanbevelingen van de VN-Commissie Status van de Vrouw en het politiek engagement van regeringen wereldwijd om verdere verbeteringen aan te brengen in hun wetgeving en beleid opdat alle vrouwen en meisjes, zonder uitzondering, toegang zouden hebben tot het recht en tot genderrechtvaardigheid, zonder enige vorm van discriminatie.
Dit is een opinie van de Coalitie Genderlijkheid. Die bestaat uit Vrouwennet, ella, Vrouwenraad, Zijkant, Punt, Plan International, 11 11 11, Furia. Op 1 april organiseren we een debriefing over CSW 2026 in Amazonehuis van 12.30 tot 16.30 uur.
