De chaos in de buitenschoolse opvang: het zoveelste hoofdstuk in de crisis van ons zorgsysteem

26/8/2026

Schrijf je in

Locatie:

De zomervakantie is bijna voorbij. Kinderen kijken uit naar hun nieuwe klas, maar veel ouders beginnen aan een minder fijne opdracht: buitenschoolse opvang zoeken. Is er plaats? Hoeveel zal die kosten? En wie haalt de kinderen op als de opvanguren niet aansluiten bij de werkdag? Maar ook de mensen die de opvang mogelijk maken, vragen zich af of ze straks nog werk hebben, onder welke voorwaarden en aan welk loon. 

Dit jaar is die onzekerheid groter dan anders doordat op 1 september het decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA) volledig in werking treedt. Vanaf dan zijn de lokale besturen verantwoordelijk voor de buitenschoolse opvang en dus ook voor het lokale opvangbeleid, de prijszetting, de arbeidsvoorwaarden en de verdeling van de Vlaamse middelen (Opgroeien, 2026). De ambitie achter BOA – een kwaliteitsvol, inclusief en geïntegreerd aanbod voor kinderen van 3 tot 12 jaar buiten de schooluren – is lovenswaardig. 

Maar kwaliteitsvolle opvang ontstaat niet vanzelf. Ze vraagt voldoende, goed opgeleide en correct betaalde medewerkers die hun werk met zekerheid en continuïteit kunnen uitoefenen. Net daar wringt het. Tijdelijke samenwerkingsovereenkomsten zorgen voor minder werkzekerheid voor de kindbegeleiders, terwijl de ruime beleidsvrijheid voor lokale besturen ertoe leidt dat de kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid van de opvang sterk kunnen verschillen tussen gemeenten. Zo dreigt de woonplaats van een kind te bepalen welke opvang beschikbaar is, hoeveel die kost en welke kwaliteit wordt geboden. 

Een overdracht van bevoegdheden aan wie de lokale context en de plaatselijke noden van gezinnen goed kent, volstaat dus niet. Het moet samen gaan met voldoende structurele financiering, een stabiel kader en duidelijke Vlaamse garanties voor kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid. De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen benadrukte dat ook in april 2026 (SERV, 2026). 

De problemen die al maanden zichtbaar worden bij de uitrol van BOA, zijn helaas geen kinderziektes van één hervorming. Want ook in woonzorgcentra, de jeugdhulp, de voorschoolse kinderopvang en ziekenhuizen zien we dat een tekort aan middelen en verslechterende arbeidsomstandigheden leiden tot personeelstekorten, een onhoudbare werkdruk voor werknemers, een ongelijke toegang tot dienstverlening en hogere kosten voor gebruikers. 

Deze ontwikkelingen staan niet op zichzelf, maar het resultaat van een beleidslogica waarin kostenbeheersing en efficiëntie centraal staan. Zorg wordt daarbij steeds vaker benaderd als een uitgavenpost die moet worden beperkt, eerder dan als een collectieve basisvoorziening waarin duurzaam wordt geïnvesteerd. De verantwoordelijkheid verschuift daardoor steeds verder: naar lokale besturen die met ontoereikende middelen moeilijke keuzes moeten maken, naar zorgorganisaties die met onvoldoende middelen meer moeten realiseren, naar ouders die hogere facturen betalen of noodgedwongen zelf opvang organiseren, en naar zorgprofessionals die steeds flexibeler moeten zijn terwijl hun werk minder zekerheid biedt en de werkdruk blijft toenemen. Wat uit de overheidsbegroting verdwijnt, verschijnt elders als onbetaalde arbeid, inkomensverlies en uitputting. 

Ook die verschuiving van kosten en verantwoordelijkheden treft niet iedereen in dezelfde mate. In 2025 werkte 41,4 procent van de vrouwelijke loontrekkenden deeltijds, tegenover 15,1 procent van de mannen (Statbel, 2026). Dat weerspiegelt mee hoe vrouwen nog steeds vaker zorgtaken opnemen wanneer collectieve voorzieningen tekortschieten. De gevolgen komen ook terecht bij kinderbegeleiders, huishoudhulpen en andere zorgwerkers in laagbetaalde en vaak onzekere jobs, waarin vrouwen met een migratieachtergrond oververtegenwoordigd zijn (Annelies Scheers, 2025). 

Want kinderen moeten worden opgevangen. Mensen worden ziek. Ouderen hebben ondersteuning nodig. Zorg verdwijnt niet wanneer de overheid zich terugtrekt; ze verschuift. De vraag is dus niet óf die zorg wordt verleend, maar wie ze uiteindelijk verleent en tegen welke prijs.

Wat écht nodig is, zijn duurzame middelen samen met duidelijke minimumgaranties voor kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid. Kindbegeleiders verdienen stabiele contracten, correcte lonen en werkbare arbeidsvoorwaarden. Zonder dreigt deze hervorming geen oplossing te vormen voor de zorgcrisis, maar het zoveelste hoofdstuk ervan. 

Ondertekend door Furia; ACV; ABVV; Vrouwenraad; Femma, ZIJkant; Zelle, ella

Bedankt voor je tijd.
We hebben je aanvraag goed ontvangen en nemen zo spoedig mogelijk contact op.
Oops! Something went wrong while submitting the form.
No items found.
Privacy Policy