Abortion Right
Furia

Furia

In de regeringsverklaring van de nieuwe federale bestuursploeg wordt ook de strijd tegen geweld op vrouwen aangehaald. De ambities stellen helaas teleur. Nochtans heeft een groep deskundigen van de Raad van Europa onlangs een rapport gepubliceerd dat tot in de details weergeeft welke maatregelen België precies moet nemen om te voldoen aan de eisen van het Verdrag van Istanbul, dat ons land geratificeerd heeft in 2016. De overheid heeft er duidelijk voor gekozen het uitgestippelde pad niet te volgen.

De aangekondigde engagementen zijn immers minimaal: doorgedreven vormingen voor de politiediensten en de gezondheidssector, die echter niet verplicht noch doorlopend noch geharmoniseerd zijn. Een versterking van de Zorgcentra na Seksueel Geweld (ZSG) en van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, maar niets over de versterking en de nodige samenwerking met de organisaties op het terrein die gespecialiseerd zijn in alle vormen van geweld op vrouwen. Een debat over feminicide in het strafrecht, maar geen herziening van de procedures om de veiligheid van de slachtoffers te garanderen en de moorden te vermijden. Het hoofdstuk Asiel en Migratie zegt niets over geweld op vrouwen en hun erkenning in het kader van een vraag tot internationale bescherming, niets over aangepaste verhoorprocedures bij traumatische herinneringen, niets over aangepaste opvang om intimidatie en seksuele agressie te vermijden.

Tijdens de periode van lockdown is de omvang van de problematiek van geweld op vrouwen pas echt duidelijk geworden. Niet dat we dit aan de cijfers te danken hebben (daar zijn onze overheden niet de besten van de klas), wel aan de feiten. Zowel in de openbare ruimte als in de privéomgeving en op sociale media nam het geweld op vrouwen toe. De vrouwen die binnenshuis opgesloten zaten met hun agressor hadden het nog moeilijker om hulp te vinden of te ontsnappen. En nog meer dan anders waren politie en justitie vaak niet in staat om te doen wat ze moeten doen: slachtoffers beschermen en daders vervolgen. Voor vrouwen in armoede, vrouwen met een handicap en vrouwen met een precair verblijfsstatuut was de situatie extra ingewikkeld.

Op niveau van de gemeenschappen en de regio’s werden er snel enkele maatregelen genomen zoals nieuwe opvangplaatsen voor vrouwen en kinderen die het slachtoffer waren van echtelijk geweld en versterking en promotie van de hulplijnen. Het ging om dringende en tijdelijke ingrepen die geen afdoend en permanent antwoord boden.

De lockdown en de perspectieven die zich aankondigen sterken ons in de overtuiging dat er dringend een beleid nodig is gericht op primaire preventie. Dat er op een structurele en duurzame manier geïnvesteerd moet worden in gespecialiseerde diensten die slachtoffers begeleiden en daders opvolgen. Dat wetten, diensten en instellingen aangepast moeten zijn aan de realiteit van het geweld dat vrouwen aangedaan wordt. Hun slachtofferschap moet erkend worden en het perspectief op herstel moet duidelijk zichtbaar zijn. Daarbij mogen ze niet opnieuw blootgesteld worden aan geweld als gevolg van een tussenkomst of een verkeerde beslissing.

Niet dat er helemaal geen vooruitgang geboekt werd: voor de eerste keer is een IMC (Interministeriële Conferentie) Vrouwenrechten gestart met de verbetering van de strijd tegen geweld op vrouwen. Sedert de zomer van dit jaar zijn alle magistraten verplicht om een vorming te volgen in deze materie. De Zorgcentra na Seksueel Geweld worden verder uitgerold in meerdere grote steden. Al deze initiatieven gaan de goede richting uit, maar ze bieden geen primaire preventie. Het volstaat niet om de reeds aangerichte schade te beperken of te herstellen. De aanbevelingen vanuit de Raad van Europa tonen duidelijk de te volgen weg. De politiek moet die weg inslaan en de nodige middelen ter beschikking stellen.

In deze coronatijden voorzien we de mogelijkheid van lokale acties, parallel met de manifestatie in Brussel. Neem daartoe contact met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Het evenement op Facebook

Info en lijst van de organisaties die deze oproep ondertekenen: www.mirabalbelgium.wordpress.com 

Nederlandstalig contact: Magda De Meyer, voorzitter Vrouwenraad, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Franstalig contactCéline Caudron (Vie Féminine),  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

[1] Het Platform Mirabal brengt vrouwenverenigingen, gespecialiseerde dienstverlening, tientallen middenveldorganisaties samen. Sinds 2017 organiseert het platform ieder jaar op 25 november een nationale manifestatie ter gelegenheid van de Internationale dag tegen geweld op vrouwen.

Omwille van de coronamaatregelen verloopt de dag volledig digitaal via de gloednieuwe website www.furia-event.be/.

Schrijf je hier in om deel te nemen aan het online programma.

Na je inschrijving ontvang je een bevestiging met het wachtwoord dat je nodig hebt om deel te nemen aan de activiteiten. 

Het volledige programma kan je hier bekijken of op het Facebookevent.

Heel graag tot dan!

05 oktober 2020 om 19u10

Nationale Vrouwendag in Gent 2020

Zorgen voor morgen?!

De Nationale Vrouwendag, op 11/11/2020 te gast in Gent, is sinds 1972 de vaste afspraak voor al wie uitkijkt naar uitwisseling, inspiratie en ontmoeting rond gelijkheid v/x/m en meerstemmig feminisme.

Het belang van zorgarbeid (‘reproductieve arbeid’) stond vorig jaar al hoog op de agenda van de jaarlijkse Vrouwendag. Dit jaar maakt de coronacrisis extra zichtbaar hoe cruciaal en waardevol dat werk is. Meer aandacht daarvoor mag geen zorg van morgen zijn. We moeten NU werk maken van de zorg van morgen. NU beginnen zorgen voor morgen.

Omwille van corona verloopt de dag volledig digitaal via de gloednieuwe website www.furia-event.be/.

Schrijf je hier in om deel te nemen aan het online programma.

Na je inschrijving ontvang je een bevestiging met het wachtwoord dat je nodig hebt om deel te nemen aan de activiteiten. 

Alle info rond de Vrouwendag van 2020 wordt hier verzameld.

Ook te vinden als Facebookevent. Zet je op 'Geïnteresseerd' en blijf op de hoogte van de activiteiten en inschrijvingen.

Drie weken lang hebben renners zich de ziel uit het lijf getrapt tijdens de Ronde van Frankrijk voor mannen. En voor wie van wielrennen houdt, leverde dat best wat memorabele momenten op. Maar wat onthoudt columnist Joren Vermeersch van die weken en de knappe manier waarop Tadej Pogacar de eindoverwinning claimde? Dat Pogacar weliswaar bloemen kreeg, maar verstoken bleef van een dubbele kus van ‘een koppel bloedmooie hostesses in strakke jurken’ (DS 21 september). Eens te meer wenkt de ondergang van het avondland: een oeroude wielertraditie (kusjes krijgen, we leren elke dag wat bij) gaat op de schop door de schuld van verkrampte feministen die geen schoonheid kunnen verdragen (sous-entendu: ze zullen zelf wel lelijk zijn).

Joren Vermeersch is niet alleen ongelukkig dat de Tourwinnaar (en hijzelf?) dat kusmoment voortaan moet missen, ook het alternatief stemt hem treurig: bloemen en applaus door een host en een hostess. Nu kan je over die nieuwe formule wel wat bomen opzetten, maar feit is dat wie zich graag aan vrouwelijk schoon laaft nog steeds één ‘bloedmooie hostess’ overhoudt. Andere kijkers kunnen zich verlustigen aan jong mannelijk schoon. Of we daarmee tot de kern van de Tour doordringen blijft de vraag, maar er lijkt toch sprake van een win/win: meer genietende kijkers en ook de hosts die zich eens van hun beste kant kunnen tonen. Wat geen dagelijkse kost is, want topprestaties van vrouwelijke sporters worden niet snel beloond met een kus door een koppel knappe jongemannen. Waarom is dat eigenlijk … ah maar ja, natuurlijk, er is geen Tour de France voor vrouwen.

Zowel host als hostess alsnog een kus laten uitdelen, dat zou Joren Vermeersch vermoedelijk problematisch vinden. Wat meteen verduidelijkt waaraan de feministen (v/m/x) van Les Effronté.es zich stoorden. Ze hebben geen probleem met jonge ‘bloedmooie’ vrouwen. Ze hebben er een probleem mee dat het hele ritueeltje in het leven is geroepen om mannen als Joren Vermeersch even naar dromenland te voeren. Hij zegt het zelf: het is ‘kuis’ geworden nu. Zou het? Spatte de erotiek voorheen werkelijk van het tafereel? In wiens fantasie dan? Er was natuurlijk die hand van Peter Sagan, maar we vermoeden dat Joren Vermeersch niet meteen pleit voor meer van dat.

Wat we wél met plezier lazen, is dat Joren Vermeersch graag had dat de vrouwen in kwestie waren gehoord over hun gewijzigde taakomschrijving. We kunnen ons voorstellen dat er best wat interessants uit zo’n bevraging komt, mogelijk ook bedenkingen bij leeftijdsgrenzen en definities van bloedmooi, maar zullen de lezer daar niet mee vermoeien. Zou de inspraak ook gelden voor wielrensters die dromen van hun Tour de France, vragen we ons wel nog af? In elk geval: het principe van inspraak en niet over de hoofden heen beslissen is bijzonder loffelijk en Furia wil het veel meer in praktijk gebracht zien. Bijvoorbeeld wanneer weer eens gespeeld wordt met het idee van een hoofddoekenverbod. Of wanneer een aanpassing van de wetgeving rond abortus op de agenda staat.

“Waar schoonheid problematisch wordt, dooft het licht”, eindigt het stuk. Het valt allemaal wel mee, beste Joren Vermeersch. Een kopje kamillethee, tijdig naar bed, we zullen een nachtlampje aanlaten.

 

Els Flour

Furia

 

Een verkorte versie verscheen op 24 september 2020 in De Standaard

21 augustus 2020 om 16u25

Al wat we delen

Al wat we delen

Middenveldorganisaties willen verbinden voorbij het hokjesdenken

Vandaag lanceert BOEH! (Baas Over Eigen Hoofd) in samenwerking met Uit de Marge, Kif Kif, Victoria Delux, Netwerk tegen Armoede, Karamah EU en Furia een – film en affiche - campagne onder de naam ‘Al wat we delen’. Daarmee willen de organisaties de focus leggen op de vele gelijkenissen die ons verbinden en een tegenwicht bieden aan het dominante discours dat mensen verdeelt, nog meer tijdens de Coronacrisis. Scum Studios (www.scumstudios.org) zorgde voor de opnames en montage van het filmpje. Steven Verreyt verzorgde de affiches.

 

In een steeds diverser wordende samenleving, trachten mensen anderen in hokjes in te delen om de wereld behapbaar te maken. Zelfs ondanks de steeds verder gedreven individualisering blijft het hokjesdenken overeind. Spijtig genoeg gaat dit in Vlaanderen vaak gepaard met kwalijke stereotyperingen: vrouwen zijn niet ambitieus, mensen van kleur zijn crimineel en sociaal kwetsbaren zijn verantwoordelijk voor hun precaire situatie. In werkelijkheid treden mensen elke dag weer uit hun hokjes en delen ze veel meer dan wat we op eerste blik zouden kunnen vermoeden. Bovendien spelen ook structurele mechanismen onze samenleving parten: ons onderwijssysteem blijkt de ongelijkheid te versterken, op de arbeidsmarkt worden zij die afwijken van ‘de norm’ nog steeds benadeeld en is het redden van onze economie belangrijker gebleken dan het redden van mensenlevens. Ook de komst van de Coronacrisis zorgde ervoor dat het hokjesdenken opgang maakte: hele gemeenschappen worden verantwoordelijk gesteld voor de opkomst van het virus, verliezen hun recht op de openbare ruimte, en de kloof tussen de have’s en de have not’s wordt steeds groter.

Enkele middenveldorganisaties namen hierbij de proef op de som. In het filmpje – onder coördinatie van BOEH!- is te zien hoe een diverse groep mensen letterlijk verdeeld wordt in verschillende hokjes. Deze opdeling symboliseert het hokjesdenken in onze samenleving geïnspireerd op de video ‘All that we share’ van de Deense televisiezender TV2 Danmark. Toch is er een opvallend verschil. Waar de originele video enkel persoonlijke en ludieke vragen stelt, heeft de Vlaamse versie ook een maatschappijkritische boodschap. Op verschillende momenten is te zien hoe specifieke groepen – soms over grenzen heen - het hardst geraakt worden door bepaalde vormen van discriminatie en uitsluiting. De organisaties, die zich allen inzetten voor meer sociale rechtvaardigheid, kozen hiervoor in de hoop om meer bewustzijn te creëren over de geleefde ervaringen van gemarginaliseerde groepen en om wederzijdse solidariteit aan te wakkeren.

Alle deelnemers zijn het alvast eens over één ding: iedereen heeft recht op een menswaardig bestaan.

'Al wat we delen' is hier te bekijken, liken en delen.

 

Contacten

Samira Azabar (BOEH!)/Sarah El Massaoudi (BOEH!)

 

Belangrijke noot: de opnames vonden plaats voor de uitbraak van COVID-19.

30 juli 2020 om 15u20

Paula Marckx (1926-2020)

Ze is in hetzelfde jaar geboren als mijn moeder, en als Marilyn Monroe, als de Queen of England, en als mijn schattige schoonmoeder Paula Swinkels, deze Paula Marckx.

Nog 3 jaar geleden bracht ze een boek uit, “Jonger ouder worden”. Ze was niet van plan snel op te stappen, een paar dagen geleden was het toch ineens zover.

Wie was Paula Marckx?

Met zo’n naam vraag je je vanzelf al af of ze één of andere revolutie heeft ontketend, en was ze misschien een feministe?
Dat was ze niet, ze bleef het zelf verklaren:  ik ben een vrouw als iedere andere vrouw. Dat is spijtig, want haar naam blijft verbonden aan het “Marckx-arrest” van het Europees Hof voor de rechten van de Mens van 13 juni 1979. Dat arrest veroordeelde, op vraag van Paula Marckx, de Belgische Staat omdat hij de ongehuwde moeder, of nauwkeuriger gezegd de moeder die niet gehuwd was met de vader van het kind, discrimineerde. De discriminatie bestond erin dat deze moeder haar kind niet het statuut van wettig kind kon geven. Dat was onmogelijk, het kind werd automatisch een “onwettig kind”, ook genoemd een “natuurlijk kind”. Dat betekende dat het geen deel kon uitmaken van de familie van de moeder en het dus van die familie niet vanzelf kon erven.

Het onwettig karakter van het kind betekende verder dat het geen wettelijk beschermd erfdeel had tegenover zijn ouder/s (geen “reservatair erfgenaam” was). Het onwettig kind had dus absoluut niet dezelfde rechten als een kind dat bij twee met elkaar gehuwde ouders werd geboren. De moeder moest daarentegen liefst twee gerechtelijke procedures doorlopen opdat het kind officieel minstens als het hare zou worden erkend.

Alle kinderen, wettige kinderen

Paula Marckx kwam daartegen in opstand. Ze was geen Bom-moeder (Bewust Ongehuwde Moeder), op haar 47 werd ze per geluk zwanger en ze kende de vader niet, zo vertelde ze zelf.

In die jaren als vrouw alleen een kind krijgen was speciaal maar niet zo zeldzaam. Wat maatschappelijk een belangrijker fenomeen was, was dat jonge mensen niet meer trouwden, maar ongehuwd gingen samenwonen. De kinderen die zij kregen confronteerden hen met ongelijke rechten en ook met onsympathieke gerechtelijke formaliteiten. Om te beginnen moest de moeder haar kind na de bevalling erkennen, via een procedure bij de vrederechter. Die stelde een familieraad samen om toe te zien op haar alleenstaand ouderschap (dat “voogdij” werd genoemd) en belangrijke beslissingen over het kind te valideren. In die familieraad zat een toeziende voogd die, enkel in het belang van het kind, het recht had om haar beslissingen als moeder aan te vechten. Na de procedure van erkenning moest Paula Marckx haar dochter Alexandra via nog een andere procedure adopteren om haar haar familienaam en erfrechten te geven.

Op 31 maart 1987 kwam er een nieuwe wet op de afstamming die deze verplichtingen afschafte voor de moeder die een kind kreeg buiten het huwelijk en alle kinderen gelijkschakelde. De wet schrapte de categorie “onwettige kinderen”, voortaan werden alle kinderen wettige kinderen. Minstens één ouder stond altijd vast, de moeder. Als ze gehuwd was werd de echtgenoot de vader, zonder enige formaliteit. De wet van 31 maart 1987 heeft meteen de kinderen geboren binnen en buiten een huwelijk volledig gelijkgeschakeld. Ze kregen dezelfde rechten tegenover hun ouder/s als kinderen die geboren werden bij klassiek gehuwde ouders.

In 1983, 4 jaar na het Marckx-arrest, werden in België nog 6.699 natuurlijke kinderen geboren. In 1984 werden in totaal 10.143 natuurlijke kinderen erkend. De familieraad heeft nog langer bestaan dan de onwettige kinderen, tot de wetten van 27 maart en 29 april 2001 hem afschaften.

De wet van 1987 die de kinderen gelijke rechten gaf ongeacht de situatie van hun ouders bij de geboorte kwam er niet na vrouwenprotest. Wellicht heeft de ontdekking van de performante DNA-testen een grote rol gespeeld. Zolang die niet op punt stond, liep een man in het huwelijk het risico om een kind toegeschoven te krijgen dat biologisch niet het zijne was, een kind gemaakt met sperma dat niet van hem was dus. Over die mogelijke "kroostverwarring" is nogal wat rechtskundige inkt gevloeid. Die teksten vormden een slappe vlag die veel verdriet van moeders, vaders en kinderen, veel familiegeheimen en taboes verborg.

De wetswijziging van 1987 zat zeker in de tijdsgeest, meer vrouwenrechten moesten en zouden er komen. Een "Expowet" gaf al in 1958 aan de gehuwde vrouw, die tot dan door te trouwen handelingsonbekwaam werd zoals een minderjarige, voor het eerst het recht om haar eigen loon te ontvangen op een eigen bankrekening. De wet van 14 juli 1976 gaf de vrouw binnen het huwelijk dezelfde rechten als de man (voordien was hij ook wettelijk de baas). In 1979 veroordeelde het Brusselse Hof van Beroep een man wegens verkrachting van zijn echtgenote. Dat was nieuw, zolang "bestond" verkrachting niet binnen het huwelijk. Deze man had het wel erg bont gemaakt: hij had bovendien zijn exploten gefilmd en zo zelf gezorgd voor bewijsmateriaal.

Ook het schrappen van het verbod op zwangerschapsonderbreking hing al jaren in de lucht. In 1973 bekwam de actieve vrouwenbeweging als toegeving dat men het verbod op reclame en informatie over anticonceptiva uit de strafwet haalde. Het verbod op zwangerschapsonderbreking verdween pas in 1990.

Véél betogingen zijn daaraan te pas gekomen, betogen was toen meer in de mode dan nu: tegen de nucleaire energie (geen veilige opslag van het afval mogelijk), geen raketten op onze bodem, geen aankoop van dure F16-vliegtuigen, geen discriminatie van een lesbische leerkracht enz., vrouwen tegen de crisis. Allemaal aanleidingen om met muziek en spandoeken te defileren in de straten van Brussel en de andere grote steden. Ook tal van eisenpakketten en memoranda hebben we geschreven aan de politici.

Ferme niet-feministe

Paula Marckx verkondigde "loud and clear" dat ze geen feministe was. Ze verbond zich liever met een paar “supersenioren” in het interview dat ze 3 jaar geleden gaf over haar boek Jonger Oud Worden (verschenen in het CM-ledenblad). Ze blijft het herhalen in een interview door het Nieuwsblad (12 juni 2020): aan mijn lijf geen feminisme. “Ik ben niet iemand die in een stoet gaat wandelen. Als je een hele groep mensen nodig hebt om te protesteren, dan ben je niet sterk. Dan zet je jezelf in een minderheidspositie. Je geeft dan toe dat je minder sterk bent. Dan sta je allemaal te roepen tegen één man. Je kan op je ééntje veel meer bereiken”.

Wat jammer, we hadden haar graag in de armen gesloten. De eerste vrouw die een procedure in Straatsburg won tegen de Belgische Staat, een vliegbrevet haalde, mannequin was voor Nathan, condoomautomaten invoerde…  Een maatschappelijk geslaagde alleenstaande moeder, ferm! 

We zijn er wel zeker van dat feminisme en solidariteit geen luxe zijn, en geen zwaktebod: de levenskwaliteit van vrouwen en van de hele maatschappij zal maar verbeteren als we allemaal de rangen sluiten en samenwerken. De rechtspraak kan fouten aan het licht brengen, en soms tot een betere wet leiden, maar wetten moeten nog voorgesteld worden door politici, en wie zal hun duidelijk zeggen waar de prioriteiten moeten liggen?

Daar zijn wij voor, vrouwen die samenwerken om hun situatie te onderzoeken, verbeteringen voor te stellen en zich laten horen/zien/lezen. Wij doen dat met FURIA voor vrouwen die minder geluk hebben in het leven dan Paula met haar fantastische schoonheid, uitstraling, dynamisme, optimisme en een levensverhaal om u tegen te zeggen. Veel vrouwen hebben niet zoveel geluk, doordat ze op de verkeerde plaats zijn geboren, in een oorlogssituatie bijvoorbeeld. In ons eigen land treffen armoede, ziekte, depressie, en niet te vergeten agressie in al haar vormen (verbale, fysieke, seksuele) meer vrouwen dan mannen. Alleenstaande moeders scoren overal het hoogst qua kwetsbaarheid (werkloosheid, gezondheid, armoede). Als je pech hebt, is het goed te voelen dat er velen achter jou staan en er mee voor strijden dat jouw situatie ook verbetert. Dat één vrouw erin slaagt aan grote miserie te ontsnappen, is een goede zaak. Hoe zorgen we ervoor dat dit voor meer vrouwen gaat gelden? 

Paula, we doen meer dan op straat komen en betogen, en toch ferm bedankt hoor!

Liliane Versluys, advocate, lid van FURIA

Op 2 juli zou er terug in de Kamer worden gestemd over de abortuswet. Er was een groot draagvlak voor de verruiming van de huidige abortuswetgeving.


Een meerderheid bestaande uit liberalen, groenen, socialisten, PVDA en DéFi, steunde het voorstel. De stemming is uiteindelijk niet doorgegaan. Vlaams Belang, N-VA, CD&V en CdH stuurden het wetsvoorstel andermaal terug naar de Raad van State voor advies. De Kamer, het hoogste democratische orgaan, werd de pas afgesneden. Allemaal omwille van de chantage van CD&V-voorzitter Joachim Coens die de wet in de regeringsonderhandelingen wil trekken. Intussen wordt CD&V daarin gesteund door N-VA-voorzitter Bart De Wever die van de herziening van de abortuswet zelfs een breekpunt wil maken bij de federale regeringsvorming. Vrijdag 10 juli adviseerde de Raad van State het wetsvoorstel positief. De vrouwenbeweging eist dat de stemming over het wetsvoorstel in de Kamer alsnog plaatsvindt voor de zomervakantie. Het Nederlandstalig feministisch middenveld ziet met lede ogen hoe fundamentele vrouwenrechten de inzet zijn van een politiek machtsspel ten koste van de seksuele gezondheid en de fysieke integriteit van vrouwen. Vrouwen zijn andermaal lijdend voorwerp. Abortus als politieke pasmunt: als symboliek kan het tellen. 

De nieuwe abortuswet ligt niet plots op tafel. De nieuwe wet is niet het  resultaat van een bevlieging van een aantal partijen in de Kamer onder een volmachtenregering. Er ging een lang en gedegen traject aan vooraf. In 2017 begon er politiek draagvlak te ontstaan voor een herziening van de abortuswetgeving. In de zomer van 2018 lieten maar liefst 38 experten hun licht schijnen op de actualisering van het wettelijk kader voor abortus in de commissie Justitie. Vrijwel alle experten waren het over drie zaken eens: abortus moet uit het strafrecht, de verplichte wachttijd moet worden ingekort en de behandelingstermijn moet worden verlengd. De adviezen waren coherent en eenduidig, op een enkele afwijkende insteek na. Het dossier kwam in het najaar van 2018 in een stroomversnelling. De abortuswet werd gewijzigd. De wijziging was vooral symbolisch van aard, niettemin was het een belangrijke stap en een historische mijlpaal. Abortus werd geschrapt uit het strafrecht. Een oude feministische eis werd daarmee ingelost. De andere wijzigingen waren eerder technisch van aard. Zo werd het woord 'geneesheer' veranderd in de genderneutrale term 'arts' en werd de vereiste 'noodsituatie' waarin een vrouw moest verkeren, geschrapt. Tevens werd de wachttijd verkort op medische indicatie, werd voorzien dat een zwangerschap later dan 12 weken kan worden afgebroken als een vrouw bv. pas in week 11 op eerste consultatie komt en werd de doorverwijsplicht voor artsen geconcretiseerd. Een eerste horde was genomen. Toch kwam het wetsvoorstel maar ten dele tegemoet aan de adviezen van de expertencommissie. 

In het najaar van 2019 werd een nieuw wetsontwerp geschreven dat wél spoort met de andere adviezen van de experten, namelijk de inkorting van de verplichte wachttijd tot minstens twee dagen en de verlenging van de behandeltermijn tot 18 weken. De Raad van State wees enkel op een passage over de garantie tot de onbelemmerde toegang van vrouwen tot abortuscentra die niet juridisch sluitend zou zijn. Sindsdien is het wetsvoorstel echter nog verschillende keren teruggestuurd naar de Raad van State. Begin juli lag het weer op hun bureau. Nochtans is er niets aan het voorstel veranderd en blijft het advies van de Raad van State eenduidig. De terugkerende adviesvragen aan de Raad van State getuigen van politieke onwil en ondermijnen de democratie. Dat is een pijnlijke zaak. Intussen wordt de stem van de parlementaire meerderheid genegeerd en blijven alle vrouwen die hun zwangerschap na 12 weken willen afbreken in de kou staan. Voor hen is er nog steeds geen oplossing. Partijpolitieke belangen primeren op de fundamentele reproductieve gezondheidsrechten van vrouwen. De feministische beweging eist dat de focus terug komt te liggen waar hij hoort, namelijk bij het zelfbeschikkingsrecht, het welzijn en de gezondheid van vrouwen. 

Furia vzw, ella vzw, GAMS, Vrouwenraad, deMens.Nu, Zij-kant, Marianne, çavaria.

Laten we beginnen met filosofe Griet Vandermassen gerust te stellen ( DM 4/7 ). Bij Furia - volgens haar definitie uit het kamp der ‘klassieke feministen' – hebben we geen fobie voor genen of hormonen. We lazen al een en ander over natuur of cultuur ter verklaring van man-vrouwverschillen en het is duidelijk: biologische én sociale factoren sturen het menselijke gedrag op complexe wijze. Die complexiteit maakt het op het niveau van concreet individueel gedrag voorlopig moeilijk tot onmogelijk om aan te geven waar biologie stopt en het sociale begint of omgekeerd. Nature nurture nietwaar.

Griet Vandermassen zit niet verlegen om een boude uitspraak. Dat blijkt wanneer ze de gendergelijkheidsparadox voorstelt: in landen waar seksegelijkheid een soort toppunt bereikt (België bijvoorbeeld), zouden meisjes eindelijk ‘vrij' kiezen voor hun aangeboren interesses, die ver zouden liggen van techniek en wetenschap, terwijl ze er in armere landen ‘van moetens' wel voor zouden opteren. Van een beperkte en eurocentrische ideologie of visie gesproken. Nog erger wordt het wanneer ze ervoor kiest om seksisme en racisme te benoemen in hun ‘omgekeerde' vorm: vrouwen die mannen kleineren of mensen van kleur die zich kritisch uitlaten over witte mensen. Waarbij ze het hele kader van structurele ongelijkheid negeert dat zo bepalend is om te spreken van seksisme en racisme.

Vandermassen verwijt “klassieke feministen” dat ze dader-slachtofferstereotypes in stand houden. We kijken nochtans niet zo individueel naar ongelijkheid (al putten we wel uit de concrete ervaringen van mensen). We zijn nog steeds overtuigd (en velen met ons) van de onderdrukkende patriarchale structuren in deze kapitalistische maatschappij en denken niet dat het huidige aandeel vrouwen in de werkende bevolking en in deeltijdse jobs, de lage lonen in zorgjobs, de loonkloof in het algemeen... intrinsiek vrije keuzes zijn. Ja, vrouwen hebben de kracht om te ageren en een actieve rol op te nemen in hun leven. Maar de kracht van individuen in een systeem dat van in het begin niet voor hen is opgebouwd, heeft zijn limieten. Net daarom is feminisme nog nodig, omdat in dat systeem zaken zoals de loonkloof, buitenproportioneel geweld op vrouwen, ongewenst seksueel gedrag, het schipperen tussen werk en gezin, schering en inslag zijn. Dit is geen kwestie van individuen of niet gegrepen kansen maar een structurele discriminatie.

Aan het einde van het interview getuigt de filosofe over het seksueel geweld waarvan ze als jonge vrouw het slachtoffer was. Quote: “Mannen en vrouwen interpreteren elkaars signalen soms heel anders”. Het is een pijnlijke vaststelling voor de jonge vrouw die dit moest meemaken, en voor alle vrouwen die dit vandaag nog meemaken. Dat het net niet om foute interpretaties gaat, maar over machtsongelijkheid, is een van de grote realisaties van de #MeToo-beweging. Niemand zou nooit en nergens tot een seksuele handeling gedwongen mogen worden. Dat we plots alles grensoverschrijdend vinden, is een groteske interpretatie. Leve het flirten, leve het leven buiten de heteronormatieve norm, leve het vrijelijk beleven van je seksualiteit - maar met duidelijke consent.

Furia kan zich niet vinden in ‘het feminisme' dat Vandermassen voorstelt. We twijfelen zelfs of Vandermassen wel weet waar ‘de feministen' vandaag mee bezig zijn. Furia noemt zich kritisch, feministisch, solidair, staat voor een intersectioneel feminisme en draagt waarden als vrijheid en gelijkheid hoog in het vaandel. Vandermassen oordeelt dat onze aandacht voor culturele en structurele verklaringsgronden voor sekseongelijkheid per definitie ‘ideologisch' en emotioneel zou zijn, en haar biologische premisses bij uitstek rationeel en wetenschappelijk. Zou het?

Iris Verschaeve

 

Dit opiniestuk verscheen op 8 juli 2020 in De Morgen.

In DS (29/06) heeft Furia enkele kritische kanttekeningen geplaatst bij het inclusiebeleid van Gentse stadsscholen, op basis van een artikel dat daarover eerder verscheen (24/06). 

We vernamen daarop van de stad Gent dat het beleid wel degelijk rekening met veel bekommernissen die Furia in de tekst aankaartte. 

Centraal staat het principe dat levensbeschouwelijke tekens toegelaten zijn. In geval van groepsdruk wordt gewerkt met de persoon die druk uitoefent en de verwijzing naar gezondheid/hygiëne vertaalt zich in de zoektocht naar de meest geschikte bedekkende kledij voor in labo's, zwembad enz. De 11 stadsscholen stappen bovendien allemaal in breed traject om de aandacht voor diversiteit en inclusie in de werking te verankeren. 

Dit zijn heel positieve stappen en Furia hoopt dat de stad Gent op deze manier een voorbeeld kan vormen voor andere lokale besturen.   

 

Dat de meerderheid van de Gentse gemeenteraad bevestigde dat levensbeschouwelijke tekens van 1 september toegelaten zijn in de middelbare stadsscholen in Gent is goed nieuws. De N-VA had de kwestie op de agenda van de gemeenteraad gezet, gesterkt door het arrest van het grondwettelijk Hof van 4 juni dat oordeelde dat een hoofddoekenverbod in een Brusselse hogeschool geen schending is van de grondwet of het Europees mensenrechtenverdrag. Het N-VA-voorstel om levensbeschouwelijke tekens op de Gentse scholen te verbieden haalde het niet. Als Furia, dat tegen een verbod is, moeten we ons daarover verheugen. Zoals we ons verheugen over het feit dat de Gentse gemeenteraad voet bij stuk houdt om levensbeschouwelijke tekens niet te verbieden voor loketpersoneel.

Maar de vreugde wordt wel stevig getemperd. Als we De Standaard (‘Hoofddoekenverbod? Scholen krijgen zelf de keuze’, 24/6) mogen geloven, worden aan de toelating behoorlijk wat voorwaarden gekoppeld. Men neemt geen blad meer voor de mond en heeft het alleen over de hoofddoek, niet over andere levensbeschouwelijke tekens. Dat heeft het voordeel van de duidelijkheid, maar meer ook niet. Een hele resem oude onbehoorlijke vooringenomen argumenten worden nog eens uit de kast gehaald.

De krant bericht dat wordt gesteld dat “de hoofddoek, of andere levensbeschouwelijke symbolen, de openbare orde niet (mogen) verstoren, de goede zeden niet schenden of de vrijheid van anderen niet belemmeren”. De aparte vermelding van de hoofddoek stigmatiseert in het bijzonder moslimmeisjes als de potentiële ordeverstoorsters, schendsters van de goede zeden en vrijheidberoofsters bij uitstek. Dat vinden wij onaanvaardbaar en islamofobe, seksistische discriminatie. Het toont ook aan, moest daar nog twijfel over bestaan, dat heel dat verhaal van verbod op levensbeschouwelijke tekens énkel en alleen om de hoofddoek draait.

Ook het riedeltje van veiligheid en gezondheid duikt weer op. Veilige kledij in de chemie- of turnlessen of waar dan ook is evident. Waarom dit apart vermelden bij de hoofddoek? Wat gezondheid erbij komt doen is helemaal een raadsel.

Welke vrijgeleide geeft dit alles aan de schoolbesturen om allerlei redenen te bedenken om de hoofddoek (pardon, levensbeschouwelijke tekens) te verbieden? Zo is het bij voorbaat terug naar af voor moslima’s en zijn kostelijke rechtszaken de énige uitweg om hun recht op godsdienstvrijheid te vrijwaren. Men laat het immers aan de schoolhoofden om te beslissen toch een verbod in te voeren als “het schoolklimaat het eist”.

Hier komt dan de ultieme dooddoener op de proppen: sociale druk. Sinds Karin Heremans er indertijd op het Atheneum van Antwerpen zo graag mee uitpakte, is dat argument een eigen leven gaan leiden. Waarom gaat men er zo maar van uit dat er gevaar zou kunnen dreigen van “indoctrinatie, discriminatie (sic) en bekeringsijver” via de hoofdoek? Zijn de meisjes zélf het gevaar? Staan ze onder druk van leeftijdgenoten? Van hun gemeenschap? En moest dit aantoonbaar het geval zijn, waarom rechtvaardigt dat dan een verbod?

Wat uit vele getuigenissen van meisjes zelf alvast wel aantoonbaar het geval is, is dat een verbod en bij uitbreiding zo’n met beschuldigende voorwaarden omklede toelating, een zware sociale druk zet op de meisjes om de hoofddoek dan maar niet te dragen, uit angst voor het stigma. En een nog zwaardere druk op de meisjes die doorzetten om hun hoofddoek te dragen. Met hoe zij zich daarbij voelen, en bij uitbreiding hun ouders en hun gemeenschap, wordt totaal geen rekening gehouden. Het is hoog tijd om de meisjes zelf aan het woord te laten. Misschien kan de schepen van onderwijs een initiatief in die zin nemen en een échte maatschappelijke dialoog op gang brengen.

Het is duidelijk dat de  beslissing van de Gentse gemeenteraad een politiek compromis is. Maar het is onrustwekkend als islamofobe vooroordelen de wisselmunt worden voor politieke compromissen.

Furia is absolute tegenstander van een hoofddoekenverbod, omwille van het feit dat het islamofobe discriminatie op grond van gender institutionaliseert - met alle sociale en persoonlijke schade van dien bij meisjes en vrouwen en hun gemeenschap. Vanuit de feministische basisprincipes van zelfbeschikking, gelijkheid en solidariteit verdedigen wij het recht van meisjes en vrouwen om al dan niet een hoofddoek te dragen, altijd en overal.

Ida Dequeecker,

Furia

 

Gepubliceerd in De Standaard op maandag 29 juni 2020

 

De discussie over de hoofddoek op school en bij de overheid is terug van nooit weggeweest, getuige het idee van Conner Rousseau om de hoofddoek op school te verbieden voor al wie jonger is dan 16 jaar (De Standaard, 30 mei).

 

Met wat goede wil zou men kunnen zeggen dat hij blijk geeft van, euhm … eerlijkheid. Hij had zich ook, zoals zovelen, kunnen verschuilen achter de formulering van een verbod op uiterlijke levensbeschouwelijke en religieuze tekens. Dat houdt de schijn op van gelijke behandeling in naam van de neutraliteit van de overheid en staat momenteel het meest in de politieke actualiteit (zie de uitspraak van het Grondwettelijk Hof op 4 juni over de optie van een verbod in het hoger onderwijs van de Franstalige gemeenschap, zie het Vlaams regeerakkoord). Rousseau stelt duidelijk dat het enkel over de hoofddoek gaat, en niet over het keppeltje, het kruisje of de dastar. In lijn daarmee motiveert hij zo’n verbod vanuit zijn bezorgdheid over groepsdruk en schuift hij dat andere grote argument, de ‘neutraliteit van de overheid’, even opzij.

Het heeft het voordeel van de duidelijkheid: wie bescherming tegen groepsdruk als argument neemt, maakt duidelijk dat men het alleen op moslima’s en de hoofddoek heeft gemunt. Maar daarmee is volgens Furia alles wel gezegd. Net als ‘neutraliteit’ is die bescherming een non-argument, dat ingaat tegen de waarden die het zegt te verdedigen.

Het begint al met de manier waarop Conner Rousseau de kwestie van bescherming vertaalt in de boutade “als je alcohol kunt verbieden tot 16 jaar, waarom dan niet de hoofddoek?” Het dragen van een hoofddoek is evenwel een religieuze praktijk en valt dus onder de godsdienstvrijheid, wat een basis mensenrecht is. Het is meer dan onbehoorlijk om dat op één lijn te stellen met alcoholgebruik.

Conner Rousseau zegt verder te worstelen met “het vrijheidsdilemma van beschermening tegen religieuze groepsdruk versus de keuze om te dragen wat je wilt”. Maar hij toont vooral dat een hippe jonge partijvoorzitter niet steeds gespeend is van patriarchale vooroordelen.

In plaats van zich een bondgenoot te tonen in de strijd tegen seksisme en racisme, viseert hij één specifieke groep jonge meisjes, onder voorwendsel van hun nood aan bescherming tegen sociale en religieuze druk. Worstelt hij ook met een vrijheidsdilemma wanneer (zeg maar) koppels voor de kerk trouwen of hun kind laten vormen (of een lentefeest geven) om de lieve vrede met de (groot)ouders te bewaren, of omdat het in hun omgeving nu eenmaal gangbaar is? Vast niet. Wordt er dan “Groepsdruk!” geroepen en gezwaaid met verboden? Ook niet.

Tot slot vragen we ons af hoe Rousseau zijn plan verzoent met het principe van de ‘neutraliteit van de overheid’. Zelf mag hij dat dan even parkeren, maar dat maakt het niet minder belangrijk – het staat niet voor niets in de Grondwet. Het principe waarborgt immers dat alle burgers gelijk kunnen genieten van de grondwettelijke rechten en vrijheden. In discussies over het dragen van levensbeschouwelijke tekens is er een spanningsveld over de precieze invulling ervan, meer bepaald over of en hoe de overheid haar neutrale houding ‘zichtbaar’ moet maken. Maar iedereen is het erover eens dat een aparte repressieve behandeling van één bepaalde groep in flagrante tegenspraak is met dat neutraliteitsprincipe.

Als Furia blijven wij vanuit onze feministische principes van vrijheid, gelijkheid en solidariteit het recht van moslima’s verdedigen om een hoofddoek te dragen in alle omstandigheden. Dilemmavrij.

Een overheid die het ernstig meent met neutraliteit, voert geen hoofddoekverbod in: ze houdt zich aan haar opdracht om de fundamentele rechten te bewaken van een grote diversiteit van burgers zonder daarbij favoritisme te tonen. Neutraliteit van de overheid is voor ons altijd inclusief.

Een overheid die de keuzevrijheid en emancipatie van meisjes en vrouwen hoog in het vaandel draagt, voert geen hoofddoekverbod in: zo’n verbod gaat manifest in tegen die keuzevrijheid en beperkt vrouwen en meisjes ernstig in hun toegang tot onderwijs en werk.

Een overheid die de strijd tegen discriminatie, racisme en seksisme ernstig neemt, voert geen hoofddoekverbod in: ze beseft dat zo’n verbod de vijandigheid tegen de islam alleen zal doen toenemen en zwaar zal wegen op het dagelijkse leven van moslims, en al helemaal van moslima’s.

Ida Dequeecker en Els Flour zijn actief bij Furia vzw.

Dit opiniestuk verscheen op maandag 15 juni 2020 op DeWereldMorgen

Pagina 4 van 12

FURIA OP SOCIALE MEDIA

SCHRIJF JE IN VOOR ONZE NIEUWSBRIEF

Na het invullen van dit formulier ontvangt u van ons nieuwsupdates en informatie over onze activiteiten zonder verdere verplichtingen. U kan zich steeds uitschrijven via een link onderaan elke e-mail die u van ons ontvangt.

               Vlaanderen verbeelding werkt vol zwart