Abortion Right
Furia

Furia

21 november 2022 om 09u48

Een voorbeeldrol voor het GO!

Lerarenopleidingen van hogescholen roepen het brede scholenlandschap op om het wijdverspreide en in het GO! veralgemeende hoofddoekenverbod in het onderwijs te laten varen (DS 15/11). Studentes met een hoofddoek vinden steeds moeilijker een stageplaats, geven hun droom om voor de klas te staan halverwege op of beginnen zelfs niet aan de opleiding.

Mogen we dit extra pijnlijk noemen in het licht van het grote lerarentekort? Karin Heremans (GO!) sloeg daarover op 11/10 nog alarm in het radionieuws en de Ochtend - 900 mensen tekort alleen al in haar net. Over alle onderwijsverstrekkers gaat het intussen om een vijfduizendtal. Terwijl er vrouwen zijn die graag voor de klas willen staan, maar die kans niet krijgen omdat Heremans en de Raad van het GO! besloten dat er voor leerlingen en leerkrachten die een hoofddoek dragen geen ruimte is in het onderwijs. Niet iedereen met onderwijsambities - aan de slag of in opleiding - bleek plots over welkome hoofden en handen te beschikken. Hoezeer ze ook kinderen koesteren en vleugels willen geven. Hoezeer ze ook het befaamde pedagogisch project dat scholen in het vaandel dragen en mee willen uitdragen.

Het is goed om hier even te herinneren aan de SERV, die in haar advies “Diversiteit in het onderwijzend personeel" (25/8/2020) aan minister van Onderwijs Ben Weyts (COM_DIV_20200825_diversiteit binnen onderwijs_ADV.pdf (serv.be)) besturen van katholieke basisscholen opriep om de voorwaarde van een doopattest te laten vallen: het onderschrijven en respecteren van het pedagogisch project van de school moet volstaan. Ook vanwege de top van het katholiek onderwijs weerklinkt die wijze raad al sinds 2017. En het moet gezegd: de afgelopen jaren heeft een resem katholieke hogeronderwijsinstellingen inspanningen geleverd om binnen hun lerarenopleiding een speciaal traject te voorzien voor niet- of andersgelovigen. In haar advies kaart de SERV ook de meerwaarde aan van scholen die een open houding hebben ten opzichte van diversiteit en levensbeschouwing. Ons inziens is het toelaten van de hoofddoek daarin een noodzakelijk element, maar verre van het enige: er is nood aan duurzame initiatieven om leerkrachten te coachen in hun houdingen en gevoelens over diversiteit en non-discriminatie op school en in de samenleving.

De negatieve gevolgen van een hoofddoekenverbod zijn duidelijk. Ze treffen allereerst de vrouwen die een hoofddoek dragen. Maar ook de plaatsen waar zo’n verbod in voege is: het onderwijs mist zo de inbreng van een heel aantal getalenteerde en gemotiveerde vrouwen. En de brede samenleving, want de verboden perken de ruimte voor diversiteit in. Hoe absurd is het dat hogescholen, toch experts in pedagogische projecten, vrouwen met een hoofddoek opleiden voor het onderwijs, waarna die vrouwen ongeschikt worden bevonden om les te geven? Het is mentaal een grote stap voor het GO! om terug te keren op het algemene hoofddoekenverbod, maar hoe langer hoe meer is duidelijk dat dat zal moeten gebeuren. Allereerst omdat het GO! het onderwijs van de ‘gemeenschap’ is en die gemeenschap superdivers is geworden. Het GO! heeft dus de opdracht om die diversiteit te weerspiegelen, in het kader van een gedeeld pedagogisch project en gedeelde samenlevingswaarden.

Liliane Versluys,

ere-advocate
en lid van feministische Denktank en Actiegroep Furia

Op 11/11 organiseert Furia in Brussel voor de 51ste keer de ‘Nationale Vrouwendag’: dé jaarlijkse afspraak voor de vrouwenbeweging, met zowel debat en uitwisseling als herdenking en ontmoeting, maar toch vooral strijd.

Hoofdthema is de groeiende verrechtsing. Hoe met andere vrouwen en sociale bewegingen een echt ander verhaal brengen tegen aanvallen op verworvenheden als het recht op abortus, tegen de reductie van de vrouw tot baren en opvoeden, tegen geweld en femicide?

Na de feesteditie van de 50ste Vrouwendag in 2021 valt er dit jaar opnieuw een jubileum te vieren. Het is precies een halve eeuw geleden dat in 1972 de feministische denktank en actiegroep VOK werd opgericht - in 2016 omgedoopt tot Furia. Vandaag verbindt Furia de idealen van de tweede feministische golf met de huidige strijd voor maatschappelijke verandering. Dat resulteert in een continue dialoog tussen feministen van het eerste uur en jonge geëngageerde vrouwen van vandaag: een intergenerationeel gesprek dat sinds de komst van sociale media steeds uitzonderlijker is geworden.

Uitdagingen blijven er genoeg, ook voor de vrouwenbeweging. “De urgentie om ons jaarlijks te verzamelen rond de staat van vrouwenrechten is door de jaren zeker niet afgenomen”, aldus Meryem Kanmaz van Furia. “Aloude feministische thema’s als lichaam en seksualiteit, moederschap en ‘reproductieve arbeid’ of geweld tegen vrouwen blijven brandend actueel. Op heel wat plekken worden verworvenheden zoals het recht op abortus, gelijk loon voor gelijk werk of de veiligheid van vrouwen zelfs weer teruggeschroefd of bedreigd. De strijd tegen sociale ongelijkheid, seksisme of racisme is nog lang niet gestreden.”

Vrijdag is de centrale lezing in De Kriekelaar gewijd aan de impact van verrechtsing op de verworvenheden van de vrouwenbeweging en andere sociale bewegingen. Academici Nadia Fadil (KULeuven) en Sarah Bracke (Universiteit Amsterdam) zoomen vanuit hun jarenlange expertise rond postkolonialisme, globalisering en intersectionaliteit in op de sluipende invloed van rechts-populisme en de anti-gender visie van conservatieve en rechts-radicale kringen. ‘Overal steken weer pleidooien de kop op voor de vrouw aan de haard, de was en de plas, die in kinderen baren haar enige en ultieme zingeving moet vinden’, aldus Kanmaz.

Daartegenover zet de Vrouwendag bewust in op nog meer aansluiting bij andere sociale bewegingen. Het panelgesprek in de namiddag vormt alvast een eerste Persbericht 51ste Nationale Vrouwendag 11.11.22 - Brussel stap. “De strijd voor werkelijke verandering en voor een zorgzame, gelijke, rechtvaardige en duurzame wereld is te dringend om geïsoleerd te voeren.”

Zo geeft de Vrouwendag tijdens het jaarlijkse ‘strijdmoment’ stem aan de protesten van vrouwen in Iran en aan de recente acties rond de hervorming van de kinderopvang.

Daarnaast stelt Furia ook haar eigen visietekst en eisenpakket voor, met daarin onder meer een pleidooi voor een doorgedreven zorgzaam en duurzaam én inclusief beleid voor de 99% en een oproep om de krachten te bundelen tegen de uitholling van progressieve verworvenheden. In een gevuld programma met workshops en panelgesprekken is verder ook plek voor thema’s als moederschap, bondgenootschappen & solidariteit, fem-zines, stereotypen bij tieners ‘Die brede waaier maakt van onze Vrouwendag hét moment om zicht te krijgen op de vele dynamieken waar de vrouwenbeweging zich vandaag om bekommert én aan verwarmt.”

 

➔ Bekijk de rest van het programma op furiavzw.be of via de flyer in bijlage.

➔ De visietekst van deze 51ste Vrouwendag: ‘Samen strijden voor een andere wereld. Nu meer dan ooit!’ kan je downloaden op onze website.

➔ Vanaf donderdag valt op furiavzw.be verder ons eisenpakket te downloaden.

➔ Locatie GC De Kriekelaar Gallaitstraat 86, 1030 Schaarbeek, Brussel

➔ Programma & Informatie https://www.furiavzw.be/vrouwendag

➔ Perscontact Meryem Kanmaz 0476 98 06 18 Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

➔ Eisenpakket & Visietekst downloaden op www.furiavzw.be

Facebook Als event hier terug te vinden

Preventie en snel ingrijpen cruciaal bij grensoverschrijdend gedrag.

In de berichtgeving over de gebrekkige omgang met grensoverschrijdend gedrag aan de KU Leuven ging het volgens Furia veel te weinig over de nood aan preventie en aan een proactieve houding, ook bij “kleinere” incidenten. We focussen hier op de KU Leuven, maar deze boodschap is veel breder gericht, aan alle instellingen voor hoger onderwijs.

Al te vaak worden plegers van seksueel grensoverschrijdend gedrag niet tot de orde geroepen bij hun eerste feiten en stapelen de incidenten zich jarenlang op. Het is in deze niet anders: binnen de faculteit pedagogie was het wangedrag van de hoogleraar in kwestie alom bekend, en toch gedoogden zijn collega’s het. “Zo is X nu eenmaal”. “Kan je niet tegen een grapje”. We lazen het in de media, Furia kreeg het rechtstreeks te horen van iemand die met zijn ongepaste opmerkingen en voorstellen te maken kreeg. We lazen (DS, 27/10) dat de kwalijke reputatie van deze man al voor deze tragische zaak op hogere niveaus van de instelling ter sprake kwam, maar dat het bij gebrek aan formele klachten niet mogelijk was om meer te doen dan een waarschuwing geven. Alhoewel er terecht wordt gewezen op het belang van woord en wederwoord, en het respect voor het vermoeden van onschuld (Knack, 28/10), kunnen we niet om de vaststelling heen dat de werking inzake grensoverschrijdend gedrag niet volstond. Dat deze hoogleraar zo lang ongenaakbaar bleef, betekent dat jaar na jaar nieuwe studentes en medewerksters slachtoffer werden van zijn gedrag.

Volgens een commentator toont deze case hoe moeilijk het is voor instellingen om te laveren tussen de grote kwetsbaarheid van het slachtoffer en de nood aan krachtige actie tegen grensoverschrijdend gedrag (DS, 24/10). Wij zijn opgelucht dat alvast het slachtoffer tevreden is over de houding van de KU Leuven. Maar we zitten met wrange vragen over dat tweede deel. Want indien er tijdig was ingegrepen, had een jonge vrouw, in al haar pijn, geen ‘tevredenheid’ moeten uitspreken.

De eerste overheidscampagne rond seksueel grensoverschrijdend gedrag op het werk, getiteld “Sex collega, ex-collega” dateert van 1986. Dertig jaar voor de feiten die zich aan de KU Leuven voordeden. Op basis van wat we in de media lazen, sloeg die “ex-collega” de voorbije decennia aan de KU Leuven niet op de pleger, maar op meerdere slachtoffers. Dat is een onaanvaardbare situatie.

Zowat iedereen die betrokken is bij de strijd tegen ongewenst seksueel gedrag is opgeleid aan een associatie van een universiteit en meerdere hogescholen als de KU Leuven: advocaten, magistraten, preventieadviseurs, HR-personeel, therapeuten, artsen, opleiders en coaches … Hoe kan het, met al die aanwezige kennis, dat de KU Leuven niet toonaangevend is op vlak van preventie, omstaanderstraining, snel ingrijpen bij elk signaal? Want een krachtig optreden vind je niet uit wanneer wangedrag uitmondt in één van de zwaarste vormen van geweld. Die ligt in preventie, sensibilisering, opleiding, draaiboeken. In instrumenten die niet worden bovengehaald bij een incident, maar die permanent bijdragen aan een veilige en respectvolle werk- en lesomgeving. Ook wanneer er, op het eerste zicht, geen problemen zijn.

Werkpunten

We hopen dat alle instellingen hoger onderwijs werk maken van een betere aanpak van grensoverschrijdend gedrag. Dat vraagt een grote, en vooral een volgehouden inspanning. 

Mobiliseer om te beginnen de kennis en expertise die hierover bestaat, en draag bij tot nieuwe kennis en expertise. Het zou voor kennisinstituten een evidentie moeten zijn, maar we denken dat dit onvoldoende gebeurt. Kijk daarbij ook naar kritische kennis. Sarah Ahmeds boek Complaint! (2021) werd de voorbije dagen her en der getipt. Lees het en gebruik de kennis van iemand die de academische wereld verliet omwille van de gebrekkige omgang met klachten rond grensoverschrijdend gedrag. Contacteer de mensen die, in het zog van #MeToo, op eigen kracht een website met getuigenissen uit de academische wereld opzetten. Die getuigenissen gaan ook over uw instelling. Luister naar de mensen die onderzoek doen naar machtsverhoudingen, specifiek inzake gender. Docenten en onderzoekers in genderstudies bijvoorbeeld, die al te vaak worden weggelachen wanneer ze wijzen op machtsongelijkheid in de academische wereld (“Zo zijn universiteiten nu eenmaal”). Ga actief op zoek naar kennis die buiten de academische wereld is opgebouwd, bijvoorbeeld in feministische organisaties.

Schaaf aan de procedures. Als meerdere eerdere slachtoffers hun ervaringen niet durfden omzetten in een formele klacht, dan wijst dat op een structureel probleem en moet je daar als instelling mee aan de slag. Werk drempels om een formele klacht in te dienen weg. Zorg dat wie een procedure start niet, in alle ellende, ontzettend veel werk moet verzetten om die klacht op te volgen (zie Complaint!). Grijp in bij eerste meldingen. Desnoods via een omweg, door in een faculteit of onderzoeksgroep een verplicht begeleidingstraject op te zetten. Leer leidinggevenden om eerste signalen ernstig te nemen: als wat je aankaart wordt geminimaliseerd, is het heel moeilijk om voor jezelf te blijven opkomen.

Doe aan preventie. We leven in een samenleving waarin gendergerelateerd geweld een omvangrijk probleem is. De cijfers zijn er – ze zijn verzameld door universitaire onderzoekers. Universiteiten maken deel uit van die samenleving, dat geweld is er dus aanwezig. Universiteiten kunnen die samenleving helpen veranderen – dat valt, mogen we hopen, onder hun “maatschappelijke rol”. We lezen dat omstaanderstrainingen deel uitmaken van een nieuw actieplan aan de KU Leuven. Dat is goed nieuws, op voorwaarde dat om het even welk team of welke groep studenten zo’n omstaanderstraining en/of een meer intensieve begeleiding rond weerbaarheid of grensoverschrijdend kan aanvragen. Zonder dat daar een motivatie bij komt kijken. Dat zo’n trainingen ook worden gegeven waar er geen vraag naar is. En dat het niet bij een eenmalig project blijft, maar de acties over een lange periode lopen. Een proactieve houding kan een wereld van verschil maken in het bespreekbaar maken van grensoverschrijdend gedrag, in het creëren van een veilig werkklimaat, in het verkleinen van de ruimte die plegers menen te hebben, in het versterken van de mensen die dingen meemaken of zien gebeuren. Studenten en medewerkers zullen die kennis en vaardigheden meenemen naar toekomstige werkplekken, en helpen om die beter te maken. Ook dat is de maatschappelijke rol van een universiteit.

Verzamel, test en evalueer good practices. We weten dat grensoverschrijdend gedrag een complex probleem is dat niet in één twee drie is opgelost. Maar voortbouwend op het kennisaspect: universiteiten en hogescholen kunnen instrumenten en praktijken uitwerken, testen, helpen verbeteren en – in het kader van hun maatschappelijke rol – in samenwerking met de overheid zorgen dat ze ruim beschikbaar zijn, ook voor werkgevers uit andere sectoren.

Doe aan nazorg. Er is het slachtoffer in deze concrete zaak, we hopen dat de universiteit bijdraagt aan de zorg voor haar. Er zijn de collega’s en andere studenten op de faculteit in kwestie. Onderschat niet hoe kwetsbaar en bedrogen sommigen van hen zich nu voelen. Omdat ze in de periode voor deze man op non-actief werd gesteld, met zijn avances te maken kregen en zich nu acuut bewust zijn van de gevaarlijke positie waarin ze zich bevonden. Omdat ze terugdenken aan de keren dat ze grenzen stelden maar niet werden gehoord, en zich nu afvragen of ze niet luider hadden moeten roepen. Erken hen, en waardeer hun verhaal.

We weten dat er bij de instellingen een en ander beweegt. De KU Leuven werkt aan een nieuw actieplan. De leden van VLHORA en VLIR engageerden zich begin 2021 rond de uitvoering van het Charter grensoverschrijdend gedrag in het hoger onderwijs, en daar zijn evaluaties van gepland. Vertegenwoordigers van de studenten, de hogescholen en de universiteiten bereikten recent een akkoord over de verbetering van de bescherming tegen grensoverschrijdend gedrag in het hoger onderwijs. Er zou op centraal niveau een extern, onafhankelijk en laagdrempelig meldpunt komen, als aanvulling op bestaande interne meldpunten. Men lijkt oren te hebben naar de roep om een centrale registratie van alle meldingen bij elke instelling, en er wordt werk gemaakt van een goed kader voor vertrouwenspersonen voor studenten. Preventie ontbreekt opnieuw jammerlijk - ‘bescherming tegen’ is nog geen ‘actie tegen’             (https://www.benweyts.be/nieuws/betere-bescherming-tegen-grensoverschrijdend-gedrag-in-het-hoger-onderwijs).

Er zal echt in de diepte moeten worden gewerkt, op lange termijn en met inzet van veel middelen om het werkklimaat aan universiteiten en hogescholen ten gronde te veranderen. We hopen dat de 30 jaren die verstreken tussen die eerste campagne uit 1986 en de verkrachtingszaak uit 2016 gevolgd worden door een even lange periode van actief en hard werken aan instellingen voor hoger onderwijs waarin studenten en medewerkers vrij en veilig zijn, die geen centimeter ruimte laten aan grensoverschrijdend gedrag, die bijdragen aan een duurzame kennisopbouw en aan goede instrumenten, en die daarbij actief samenwerking zoeken met partners buiten de eigen muren.

Els Flour

Furia

Esohe Weyden, die op 11 november de 51ste Vrouwendag in goede banen zal leiden, viel in de prijzen voor haar debuut Tussentaal. De Antwerpse dichter, studente en presentatrice kreeg de publieksprijs voor Nederlandse literatuur van Fintro

Op 11 november zal Esohe onze Mistress of Ceremony zijn! Maar nadien op de standenmarkt kan je ook haar boek kopen bij De Groene Waterman en het laten signeren door Esohe. 

Zelf schrijft ze dit over haar eerste boek: 

"tussentaal

zij maakt van niets iets

want zij geeft door zinnen aan zinloosheid betekenis

blaast beweging waar het statisch is en warmte rond de ijzigheid"

In Tussentaal komt spoken word tot leven op papier. Esohe Weyden neemt je op ritmische wijze mee in haar grenzeloze twijfels, openhartige bekentenissen en dansende gedachtenspinsels. Poëzie die schreeuwt om te worden voorgedragen, maar ook smacht om te worden gelezen. Woorden waarop je wil walsen tot je er dronken en draaierig bij neervalt.

We wensen Esohe enorm te feliciteren met deze mooie prijs!

20 oktober 2022 om 16u33

Veilige ruimtes (Safe spaces)

Vele kwetsbare vrouwen hebben nood aan veilige ruimtes. Veilige fysieke én virtuele ruimtes. We geven elkaar vertrouwen. Openlijk en openhartig kunnen we ons uitdrukken. We horen elkaars verhalen waaraan we ons kunnen spiegelen en waaraan we ons kunnen optrekken. Het draait niet om uitsluiting van andere groepen, maar om de nood aan veiligheid, geborgenheid, versterking van de mentale en fysieke zelf.

Door Sophia Honggokoesoemo.

Zes organisaties starten campagne voor meer inclusie en diversiteit op de werkvloer

Een diverse samenleving heeft er baat bij naar inclusie te streven. Daarom lanceert het platform ‘Beyond the headscarf’ op 18 oktober, op de website ikhebhiermijnwerkplek.be een campagne die bedrijven inspireert en aanzet om diversiteit en inclusie op de werkvloer te omarmen. Daarbij zetten ze de hoofddoek, vandaag doelwit van verboden, duidelijk in de kijker.

Talent staat op kop, aldus het platform. Daarbij wil het platform de sterktes en competenties van alle werknemers centraal stellen, want alleen de kwaliteit van het werk telt. Zo willen ze het dragen van een hoofddoek deproblematiseren in de werkomgeving; in backoffices en in publieke contactfuncties.

Vrouwen met een hoofddoek vormen een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt, niet alleen omdat ze ondervertegenwoordigd zijn, ook omdat ze verschillende obstakels tegenkomen tijdens het tewerkstellingsproces. Heel wat werkplekken ontzeggen moslimvrouwen een job omwille van hun keuze om een hoofddoek te dragen. Via het zogenaamde neutraliteitsbeginsel, mag een werkgever het dragen van een hoofddoek bij diens werknemer immers verbieden. Daar willen wij ons dus sterk tegen positioneren door te ijveren voor een beleid dat kwaliteit & expertise boven uiterlijke kenmerken stelt.

Verschillende werkgevers getuigden voor de campagne over hun inclusie- en diversiteitsbeleid. Ook bij  hogeschool Odisee maakt het inclusie-en diversiteitsbeleid deel uit van de bedrijfscultuur. Tanja Nuelant, clusterdirecteur Sociaal Agogisch Werk bij Odisee: ‘Elke organisatie zou een weerspiegeling moeten zijn van de samenleving. En daar probeert Odisee elke dag opnieuw aandachtig voor te zijn.’

De nieuwe campagne wil de stem van deze getuigenissen versterken en roept andere bedrijven op om ook hun verhaal te delen op sociale media onder #ikhebhiermijnwerkplek.

Onder de noemer ‘Beyond the headscarf’ motiveren BOEH!, CIIB, Ella vzw, Furia, Karamah EU en LEVL werkgevers om het dragen van de hoofddoek te deproblematiseren. De campagne formuleert ook enkele concrete aanbevelingen aan beleidsmakers om de hoofddoek te aanvaarden op de werkvloer. Kortom: in de werkomgeving is de hoofddoek geen hoofdzaak, maar bijzaak!

 

Vandaag is het de Werelddag van het Verzet tegen Armoede

De crisissen lijken elkaar aan de lopende band op te volgen. De huidige energiecrisis raakt nu iedereen. Ook een deel van de middenklasse krijgt het steeds moeilijker.

Voor mensen in armoede is dat geen uitzonderlijke situatie. Deze crisissen duwen kwetsbare mensen dus nog dieper in armoede.

Alleenstaande ouders, voornamelijk moeders zijn erg kwetsbaar hiervoor. Voor meer dan 90% van de moeders in België moeten structurele maatregelen komen in plaats van een tijdelijk sociaal tarief voor energie. Dat kan door zorg, in de brede betekenis van het woord, centraal te plaatsen in ons beleid, uitgedrukt in een bruto nationaal welzijn, in plaats van het droge cijfermatige BNP.

We willen op deze dag ook aandacht brengen naar zowel de on-betaalde als onder-betaalde arbeid in zorg. Deze arbeid moet dringend de waardering krijgen die het verdient! Furia wil deze waardering zien uitgedrukt worden in enerzijds een betere werk-privébalans met maatregelen voor mannen en vrouwen, en anderzijds de verhoging van de minimumlonen in de zorgsector.

Furia vraagt dus een economie die op maat gemaakt is voor alle mensen! Dit betekent een zorgzame samenleving met gelijkheid!

In onze visie en eisenpakket van de vorige Vrouwendagen, kan je hier meer over lezen: Vrouwendag 2021 en Vrouwendag 2020

Kom zeker naar de Vrouwendag van dit jaar op 11 november, want op deze dag zullen we hier ook verder over spreken!

Voormalige standpunten rond de zorg, vind je hier.

Dit opiniestuk verscheen op 10/10/2022 op Knack.be.

 

‘Belgische feministes volgen, met veel bewondering, wat er in Iran gebeurt. En ja, ze willen tot een tastbare solidariteit komen – wat geen eenvoudige opdracht is’, schrijft Els Flour van Furia. ‘Op welke manier ze dat doen, dat beslissen ze zelf, daar hebben ze geen vaderlijke raad bij nodig.’

Wordt er ergens in een niet-westers land een feministische strijd gevoerd, dan is de kans reëel dat luttele tijd later Belgische feministes ter verantwoording worden geroepen om hun vermeend gebrek aan solidariteit. Meestal door mannen die we niet kennen als bondgenoten in de feministische strijd hier.

Nu in Iran een indrukwekkend brede, bijzonder moedige en feministisch geïnspireerde protestbeweging gaande is, die startte tegen de hoofddoekplicht, is het weer raak. Zo verwijten Lieven De Cauter in Knack en Gideon Boie in De Standaard Belgische feministes dat ze zich te veel op de vlakte houden. Furia wordt niet bij naam genoemd, maar we voelen ons aangesproken, omdat zowel De Cauter als Boie veronderstellen dat verzet tegen hoofddoekverboden in België een rem is op de solidariteit met de Iraanse feministes.

 

Vooraleer daarop in te gaan, moet ons van het hart dat de kritiek een wrange smaak laat. Feministes die jaren, decennia actief zijn in de beweging krijgen de vraag waar ze waren op een betoging, met hoeveel, onder welke vlag. Websites worden uitgeplozen naar bewijzen van desinteresse.

Nog even, en een graadmeter van onze solidariteit wordt of we al dan niet een lok haar afknipten. Wat als Lieven De Cauter oprecht geïnteresseerd was geweest in het Belgische feminisme en even contact had genomen met vrouwenorganisaties om te horen hoe ze kijken naar de gebeurtenissen in Iran? Dan had hij gehoord hoezeer ze onder de indruk zijn.  

Furia had hem ook kunnen vertellen over de recente oproep van academische activistes wereldwijd om tot feministische solidariteit met de vrouwen in Iran te komen (Listen to the Voices of a Feminist Revolution in Iran). Een oproep die ons aanspreekt omdat de initiatiefneemsters zoeken naar vormen van solidariteit die de vrouwen in Iran steunen in de strijd die zij willen voeren. En omdat ze de kracht en het belang van een autonome feministische beweging kennen.

Dat is iets anders dan in het feminisme een opeenstapeling van meninkjes zien waaruit je aan cherry picking kan doen als je op iets interessants botst (Hoofddoek! Iran!). Wat als Lieven De Cauter oprecht geïnteresseerd was geweest in de strijd van een organisatie als BOEH! (Baas Over Eigen Hoofd) voor de vrije keuze van vrouwen om de hoofddoek te dragen, en hij het recente boek van Samira Azabar en Ida Dequeecker over die strijd had gelezen? Misschien zou hij “diep in zijn hart tegen de hoofddoek” zijn gebleven, maar een aantal domme clichés (“kuisheidsgelofte”, “abdicatie van de wereld”) waren ons hopelijk bespaard gebleven. Echte solidariteit begint bij luisteren (naar betrokken mensen, niet naar je buikgevoel). Wat Lieven De Cauter met zijn gemakkelijke uitspraken naliet.

Belgische feministes volgen, met veel bewondering, wat er in Iran gebeurt. En ja, ze willen tot een tastbare solidariteit komen – wat geen eenvoudige opdracht is. Op welke manier ze dat doen, dat beslissen ze zelf, daar hebben ze geen vaderlijke raad bij nodig.

Tot slot een antwoord op De Cauters riedeltje dat er een verband is tussen de strijd tegen hoofddoekverboden in België en de vermeende nalatigheid van Belgische feministen rond Iran. Furia verdedigt, net als BOEH!, inderdaad de vrije keuze van vrouwen om al dan niet de hoofddoek te dragen en verzet zich tegen hoofddoekverboden.

Wie het feminisme al even volgt, weet dat we dat standpunt uitwerkten toen andere zelfverklaarde feministische mannen, onder wie Dirk Verhofstadt, ons na 9/11 verweten niet solidair te zijn met “onderdrukte moslima’s”. Anders dan Lieven De Cauter zegt, staat dat standpunt onze solidariteit niet in de weg, maar versterkt het die. De reden daarvoor is simpel (en Lieven De Cauter lijkt ze te kennen, maar het niet te geloven): ons vertrekpunt is het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen. “De vrouw beslist”. In Iran. In België. Zo eenvoudig kan het zijn.

Opinie Furia 1/10/2022

 

Jaar na jaar na jaar beklemtoonden Furia en andere vrouwenorganisaties de voorbije decennia het belang van kwalitatieve en betaalbare kinderopvang voor elke ouder die daar behoefte aan heeft én het belang van goede werkomstandigheden voor wie in de sector werk. Kinderopvang gefinancierd door de overheid, in initiatieven die niet gericht zijn op economische winst, waarvoor de ouders een vergoeding betalen op maat van hun inkomen. Op de pleidooien in al die eisenpakketten, verkiezingsmemoranda en opiniestukken kwam nauwelijks reactie. De vrouwenbeweging bleef maar op dezelfde saaie nagel slaan, de boodschap was lang en breed bekend en/of de overheid had geen geld wegens net weer een andere crisis te beheersen. 

Ondergewaardeerde kinderopvang

De voorbije jaren verslechterde de situatie dus verder: de lonen bleven schabouwelijk laag en  kinderverzorgsters (in 2021 was 95,5 % van de onthaalouders en de verzorgenden in kinderdagverblijven en crèches vrouw – bron Statbel) moesten voor méér kinderen zorgen terwijl de ratio kind/verzorger in Vlaanderen al hoog was. De voorbije weken werd voor de zoveelste keer aan de alarmbel getrokken: in veel opvanginitiatieven is de werkdruk onhoudbaar geworden en voor een groeiend aantal kinderen is er geen opvangplaats te vinden. Het enige lichtpunt was het nieuws, aan het begin van de zomer, dat nieuwe onthaalouders per 1 juli 2024 het werknemersstatuut krijgen.

Septemberverklaring: troostprijs in plaats van duurzaam inversteringsplan

Terwijl het er even op leek dat de noodkreten van ouders en kinderverzorgers gehoord zouden worden, blijkt uit de Septemberverklaring dat aan de belangrijkste nood van de moegetergde kinderverzorgers niet werd tegemoet gekomen. Voor de vraag om voor eens en altijd met een plan te komen voor de verlaging van de kindratio - vermindering van de 9 kinderen per kinderverzorgster naar vijf of zes zoals in onze buurlanden - kwam geen antwoord, noch een alternatief plan. Hoewel 115 miljoen extra, aanzienlijk lijkt, blijft het een habbekrats voor de structurele problemen in de sector. De verlaging van het aantal kinderen per begeleider naar slecht één kind minder zou al het overgrote deel van het budget opsouperen, aldus de Gentse professor gezinspedagogiek Michel Vandenbroeck.  Dan hebben we het nog niet over de andere noden zoals een hoger loon en betere werkomstandigheden en betere opleidingen.

Zorgen voor kinderen: meer dan slechts een kostenplaatje

Het is hoog tijd dat we kinderopvang niet zien als een soort randfenomeen van het sociaaleconomische weefsel, maar als een kernelement. Kinderen verzorgen, opvoeden, koesteren … is een maatschappelijk meer dan relevante job, waar goede werkomstandigheden en een goed loon bij horen. Zorgen voor kinderen is geen werk waar efficiëntiewinsten op te boeken zijn: het aantal kinderen per persoon die voor hen zorgt moet absoluut dalen. Een gebrek aan goede kinderopvang beperkt ouders in hun opties om een beroep uit te oefenen en economisch zelfstandig te zijn – en die impact voelen vooral vrouwen. Een overheid die het ernstig meent met de werkzaamheidsgraad, met gelijkheid v/m/x, met sociale rechten, met kinderrechten … is het aan zichzelf verplicht om te zorgen dat er voldoende kinderopvang is, kwaliteitsvol, dichtbij en betaalbaar, met een goed statuut voor wie erin werkt. Elke euro die ze daarin investeert, verdient zich meer dan terug. De New Economics Foundation (Verenigd Koninkrijk) becijferde in 2009 dat elke £ loon aan een kinderverzorgster v/m/x het zeven- tot tienvoudige aan maatschappelijke waarde genereert (A Bit Rich: Calculating the real value to society of different professions, https://neweconomics.org/2009/12/a-bit-rich), omdat elke plaats in de opvang iemand de mogelijkheid geeft tot betaald werk, en omdat kwaliteitsvolle opvang kinderen veel kan bijbrengen in hun ontwikkeling.

Kinderopvang in het hart van een zorg- en duurzame samenleving

De denkoefening om kinderopvang centraal te zetten in de economie houdt een uitnodiging in om onze economie en samenleving fundamenteel te herbekijken. Dat klinkt misschien als een naïeve utopie of een onmogelijke opdracht, maar de huidige sociaaleconomische situatie, met alle sociale ongelijkheid en ecologische rampspoed, is het resultaat van beleidsmaatregelen (en van het ontbreken van beleid). Er kan dus een nieuwe situatie groeien vanuit weldoordacht, steeds weer bijgestuurd beleid dat de samenleving organiseert vanuit principes van zorgzaamheid, duurzaamheid en solidariteit. Dat zal stap voor stap moeten gebeuren, en we moeten eens en ergens beginnen. Vandaag, bij de kinderopvang bijvoorbeeld.

Els Flour, Furia

Feministische Actiegroep en Denktank & organisator van de jaarlijkse Vrouwendagen op 11/11.

13 september 2022 om 15u44

Filmavond "Ouistreham"

Samen met gastvrouw Sophia Honggokoesoemo ontvangt Furia jullie graag op onze feministische filmavond.

Donderdagavond 6 oktober kijken we samen naar Ouistreham in de Lumière in Mechelen. 

In deze film, gebaseerd op een waargebeurd verhaal, speelt Juliette Binoche een gevierde auteur die undercover in dienst gaat als poetshulp. De film legt vast hoe armoede de bitterharde realiteit is voor veel poetshulpen, ondanks het feit dat ze een eerlijke, uiterst zware en erg ondergewaardeerde arbeid uitvoeren. 

Er volgt ook een nabespreking waarin Furia samen met Wendy Buedts (ACV) in gesprek gaat met het publiek over de dienstensector in België! Meer info volgt op onze sociale media! 

  • 06/10/2022
  • 20u - 22u30
  • Lumière Mechelen
  • Gratis Toegang

Kan jij erbij zijn? Fantastisch! Je kan hier je inschrijving bevestigen!

Kijk hier in tussentijd alvast de trailer!

Pagina 1 van 15

SCHRIJF JE IN VOOR ONZE NIEUWSBRIEF

Na het invullen van dit formulier ontvangt u van ons nieuwsupdates en informatie over onze activiteiten zonder verdere verplichtingen. U kan zich steeds uitschrijven via een link onderaan elke e-mail die u van ons ontvangt.

FURIA OP FACEBOOK

               Vlaanderen verbeelding werkt vol zwart